Hoofdtekst
TM: "Je had het erover: je had contact met een wetenschapper. Kan je er al wat meer over zeggen, of...?"
RB: "We hadden laatst een afspraak, die is niet doorgegaan. [...] Als we het onderzoek gaan doen... We hebben al gezegd, als we de theorie willen aantonen dat het klopt, dan moeten we - zegt 'ie, als wetenschapper - dan moeten we zo en zo en zo moeten we het aanpakken. Alleen, dat zo en zo aanpakken, dat is allemaal wel leuk en aardig, maar dan wil ik weten: wie zorgt er voor de apparatuur, wie zet het in het veld, wie doet dit, wie doet dat, wie doet dat? Wil ik wel even vantevoren weten. Niet dat ik straks voor die tijd nog een heel verhaal krijg van: dat moet je ook nog extra doen. Daar weet ik verder nog niks van. Hij vond het wel dermate interessant dat uh... vanuit onze invalshoek die wij gekozen hebben, dat 'ie zegt van: hé, dat is interessant."
TM: "Details die je niet kwijt wil, moet je vooral niet zeggen, maar..."
RB: "Doe ik ook niet. Ben ik ook niet van plan, hahaha."
TM: "Ik bedoel: ik ga je dit niet vragen om je van alles te ontlokken wat je niet wil, maar: gaat het om een proefopstelling om bijvoorbeeld als er een graancirkel ontstaat, om dan wat te meten. Of gaat het eerder om het op afstand maken van een graancirkel zelf."
RB: "O, dat ben ik sowieso nog van plan. Dat laatste ben ik sowieso van plan. Dat wil ik zien, dat ik hier zit en daar op het veld, klik, d'r komt nou een graancirkel. Dat moet lukken volgens mij. Moet je natuurlijk wel de mensen en de techniek hebben die dat voor mekaar kunnen krijgen, maar... Maar nogmaals, je moet op een gegeven ogenblik terug naar de basis. Als je de basis hebt van een simpele cirkel tot waar we nu zitten, van daaruit beredeneerd, daar moet je kijken van: hé. Dan moet je kijken van: een veld hebben we, in de theorie, als dat zo en zo zou zijn, dan zou het mogelijk wezen dat in dat veld juist wel een graancirkel komt, en in die niet. En waarom juist in die plaats wel en in die plaats niet? Daar moet je iets meten. En dat meten, daar willen we mee beginnen. Dan weet je in principe nog niet veel, maar... het is een gedeelte. Als dat blijkt dat dat verhaal klopt, dan kunnen we een stapje verder, keer op keer een stapje doen. Maar als dat al niet klopt, dan moeten we kijken wat we dan gaan doen. Dan zit er ergens misschien iets niet goed. Maar we hebben het idee, zoals de theorie opgesteld is, dat het zo zou werken: als dit klopt, dan moet je dat kunnen meten. Dat gaan we doen."
TM: "Maar betekent dat... Maar dan ga je dus naar een graancirkel toe, en dan ga je meten?"
RB: "Nee, gewoon vantevoren."
TM: "Vantevoren iets neerzetten, en als er wat komt, dan heb je wat gemeten."
RB: "Uh, nou, dan ga je meten. Ja, het veld ga je meten."
TM: "Maar dan moet je toch eigenlijk gaan voorspellen waar een graancirkel gaat komen. Ga je het in Stadskanaal neerzetten ofzo?"
RB: "Nou, nee, we gaan willekeurig bepaalde velden meten."
TM: "O, meerdere velden."
RB: "Ja, meerdere velden, dat was de bedoeling. En dan: vandaaruit kunnen we waarschijnlijk voorspellen, dat daar wel en daar niet iets anders gemeten wordt. In feite, waar het op neerkomt (als onze theorie klopt en we kunnen die dingen wetenschappelijk onderbouwen) dan kun je mogelijk in de toekomst voorspellen: en dan komt daar en daar, zo en zo een graancirkel, paf. Als je dat kunt doen, in mijn ogen is dan de basis waarop je die voorspelling doet... als die voorspelling uitkomt, dan blijkt dat de basis goed is. En dan kun je verder. En dat is zo'n beetje grofweg wat we van plan zijn. Als de basis klopt, dan kun je gaan voorspellen. Kun je hem niet voorspellen, waarom niet? Waar zit dan de fout? Dan moet je niet zeggen: het kan niet. Maar: waarom klopt het niet?"
TM: "Zit die wetenschapper in Utrecht? Wageningen?"
RB: "Ik heb geen idee. Hahaha."
TM: "Of je zegt het niet."
RB: "Volgende vraag."
TM: "Okee: ik weet het niet."
RB: "Nee, hij heeft me toen gezegd dat ik voorlopig even helemaal niks... Sommige mensen weten het, misschien dat sommige mensen het kunnen raden. Ik heb zoiets: van mij zal niemand het te horen krijgen. Dat heb ik beloofd: dan doe 'k dat ook."
TM: "Ja, de volgende vraag daar ben je al op vooruit gelopen: welke vooruitgang zal het graancirkelonderzoek maken binnenkort?"
RB: "Ik heb geen enkel idee. Ik weet het niet. Bert die zei me nog laatst..."
RB: "We hadden laatst een afspraak, die is niet doorgegaan. [...] Als we het onderzoek gaan doen... We hebben al gezegd, als we de theorie willen aantonen dat het klopt, dan moeten we - zegt 'ie, als wetenschapper - dan moeten we zo en zo en zo moeten we het aanpakken. Alleen, dat zo en zo aanpakken, dat is allemaal wel leuk en aardig, maar dan wil ik weten: wie zorgt er voor de apparatuur, wie zet het in het veld, wie doet dit, wie doet dat, wie doet dat? Wil ik wel even vantevoren weten. Niet dat ik straks voor die tijd nog een heel verhaal krijg van: dat moet je ook nog extra doen. Daar weet ik verder nog niks van. Hij vond het wel dermate interessant dat uh... vanuit onze invalshoek die wij gekozen hebben, dat 'ie zegt van: hé, dat is interessant."
TM: "Details die je niet kwijt wil, moet je vooral niet zeggen, maar..."
RB: "Doe ik ook niet. Ben ik ook niet van plan, hahaha."
TM: "Ik bedoel: ik ga je dit niet vragen om je van alles te ontlokken wat je niet wil, maar: gaat het om een proefopstelling om bijvoorbeeld als er een graancirkel ontstaat, om dan wat te meten. Of gaat het eerder om het op afstand maken van een graancirkel zelf."
RB: "O, dat ben ik sowieso nog van plan. Dat laatste ben ik sowieso van plan. Dat wil ik zien, dat ik hier zit en daar op het veld, klik, d'r komt nou een graancirkel. Dat moet lukken volgens mij. Moet je natuurlijk wel de mensen en de techniek hebben die dat voor mekaar kunnen krijgen, maar... Maar nogmaals, je moet op een gegeven ogenblik terug naar de basis. Als je de basis hebt van een simpele cirkel tot waar we nu zitten, van daaruit beredeneerd, daar moet je kijken van: hé. Dan moet je kijken van: een veld hebben we, in de theorie, als dat zo en zo zou zijn, dan zou het mogelijk wezen dat in dat veld juist wel een graancirkel komt, en in die niet. En waarom juist in die plaats wel en in die plaats niet? Daar moet je iets meten. En dat meten, daar willen we mee beginnen. Dan weet je in principe nog niet veel, maar... het is een gedeelte. Als dat blijkt dat dat verhaal klopt, dan kunnen we een stapje verder, keer op keer een stapje doen. Maar als dat al niet klopt, dan moeten we kijken wat we dan gaan doen. Dan zit er ergens misschien iets niet goed. Maar we hebben het idee, zoals de theorie opgesteld is, dat het zo zou werken: als dit klopt, dan moet je dat kunnen meten. Dat gaan we doen."
TM: "Maar betekent dat... Maar dan ga je dus naar een graancirkel toe, en dan ga je meten?"
RB: "Nee, gewoon vantevoren."
TM: "Vantevoren iets neerzetten, en als er wat komt, dan heb je wat gemeten."
RB: "Uh, nou, dan ga je meten. Ja, het veld ga je meten."
TM: "Maar dan moet je toch eigenlijk gaan voorspellen waar een graancirkel gaat komen. Ga je het in Stadskanaal neerzetten ofzo?"
RB: "Nou, nee, we gaan willekeurig bepaalde velden meten."
TM: "O, meerdere velden."
RB: "Ja, meerdere velden, dat was de bedoeling. En dan: vandaaruit kunnen we waarschijnlijk voorspellen, dat daar wel en daar niet iets anders gemeten wordt. In feite, waar het op neerkomt (als onze theorie klopt en we kunnen die dingen wetenschappelijk onderbouwen) dan kun je mogelijk in de toekomst voorspellen: en dan komt daar en daar, zo en zo een graancirkel, paf. Als je dat kunt doen, in mijn ogen is dan de basis waarop je die voorspelling doet... als die voorspelling uitkomt, dan blijkt dat de basis goed is. En dan kun je verder. En dat is zo'n beetje grofweg wat we van plan zijn. Als de basis klopt, dan kun je gaan voorspellen. Kun je hem niet voorspellen, waarom niet? Waar zit dan de fout? Dan moet je niet zeggen: het kan niet. Maar: waarom klopt het niet?"
TM: "Zit die wetenschapper in Utrecht? Wageningen?"
RB: "Ik heb geen idee. Hahaha."
TM: "Of je zegt het niet."
RB: "Volgende vraag."
TM: "Okee: ik weet het niet."
RB: "Nee, hij heeft me toen gezegd dat ik voorlopig even helemaal niks... Sommige mensen weten het, misschien dat sommige mensen het kunnen raden. Ik heb zoiets: van mij zal niemand het te horen krijgen. Dat heb ik beloofd: dan doe 'k dat ook."
TM: "Ja, de volgende vraag daar ben je al op vooruit gelopen: welke vooruitgang zal het graancirkelonderzoek maken binnenkort?"
RB: "Ik heb geen enkel idee. Ik weet het niet. Bert die zei me nog laatst..."
Onderwerp
TM 6002 - Cirkels in het graan   
Beschrijving
Verteller heeft contact met een wetenschapper om zijn theorie over het ontstaan van graancirkels te kunnen toetsen. Daartoe moeten proefopstellingen gemaakt worden bij graanvelden. De theorie moet kunnen voorspellen waar graancirkels ontstaan en waar niet. In een later stadium zou de verteller zelf van afstand graancirkels willen gaan maken door data het aardmagnetisxch veld in te sturen.
Bron
Interview met Robert Boerman te Oeken (gemeente Brummen) op 12 februari 2003
Commentaar
12 februari 2003
Cirkels in het graan
Naam Overig in Tekst
Bert Janssen   
Naam Locatie in Tekst
Stadskanaal   
Utrecht   
Wageningen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
