Hoofdtekst
De barende vrouw.
Als er in den zomer plotseling een hevige wind opsteekt, die jagend over de velden giert, dat het stof opdwarrelt, hoog in de lucht, dan zegt men dat "Bjemavra" (de barende vrouw) door het koren gaat.
Als er in den zomer plotseling een hevige wind opsteekt, die jagend over de velden giert, dat het stof opdwarrelt, hoog in de lucht, dan zegt men dat "Bjemavra" (de barende vrouw) door het koren gaat.
Beschrijving
De barende vrouw gaat door het koren, zegt men als in de zomer een plotselinge hevige wind het stof op het veld hoog doet opdwarrelen
Bron
J.R.W. en M. Sinninghe: Zeeuwsch sagenboek. Zutphen 1933, p. 40
Commentaar
voor 1931
L. Lockefeer, in: Eigen Volk III, 180
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20