Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ZEEUW073 - Andere dooden die weerkeeren

Een sage (boek), 1923 - 1932

Hoofdtekst

Andere dooden die weerkeeren

Op een der mooiste hofsteden uit de omgeving, gelegen achter de oude kerk van het dorpje Ierseke, woonde in het jaar 1807 en later, Peter Rouaan, met zijn vrouw Kea.
Was Rouaan een gemoedelijke baas, zijn vrouw daarentegen was een feeks. Had ze een van d'r buien dan zochten alle huisgenooten een goed heenkomen, zoover mogelijk uit d'r buurt.
Wie dit mocht gelukken, niet het zestienjarig pleegdochtertje, een zusterkind van Kea, die met haar broertje bij tante was ondergebracht. Deze bleef de onafscheidelijke gezellin van Moeder Kea, een gunst die niemand haar benijdde.
Op de groote hoeve was slechts één meid, een vrouw uit het armhuis, die niet eens geregeld in dienst was; dus maar een gebrekkige hulp. Geen ander wilde bij Kea zijn. Zoo had het pleegkind 't lang niet makkelijk, en werkte zich bijkans dood. Dit en de tering, de kwaal die beide kinderen van hun ouders erfden, deed het meisje spoedig "tusschen de Leeuwtjes" doordragen. Kort daarop volgde het jongetje, en waren ze van Kea's kwade luimen verlost.
Van het vele geld dat beide kinderen hadden bezeten was niets meer over, toen het zusje moeite deed haar erfdeel in handen te krijgen. Dit, zeide tante, had zij aan het onderhoud der kinderen besteed.
En al deed Rouaan ook moeite het derde weesje dat bij een ander familielid ondergebracht was, te helpen, Kea bleef doof aan dien kant en bekreunde er zich niet om, wat men in het dorp over haar fluisterde. Maar haar straf bleef niet uit, reeds kort na den dood der beide weesjes begon de oude vrouw te suffen. Rusteloos slofte ze door de boerderij, altijd ploeterend, nooit tevreden. Eindelijk stierf ze. Maar ook nu was haar geen rust beschoren; jaren zijn verstreken... en nog immer doolt haar geest rond de plaats waar ze zoo misdeed. Ja, toen later de heele boerderij afbrandde, beteekende dit voor haar nog geen verlossing. Eertijds verscheen ze in 't wagenhuis, nu dit een prooi der vlammen werd, ziet men haar schim bij de nieuwgebouwde huizen, die op de plaats der schuur werden gezet.
Vele bewoners van de nieuwe huizen zijn het spook tegengekomen, o.a. een schipper, die haar witte gedaante in de gang ontmoette. Toen hij het vrouwmensch vroeg wat ze doen kwam, zonk ze tot zijn grooten schrik in den grond weg.
Anderen hebben haar op klaarlichten dag over den zolder zien wandelen. Dan weer scheen ze de spinde te ordenen en leek het of alles door elkaar werd gegooid, maar nooit was er iets gebroken.
Tot op heden heeft ze nog geen rust gevonden, want de tegenwoordige bewoners vertelden ons, dat hun dochter, toen ze 's zondagsmorgens uit de keuken aardappelen wilde halen, een stevige tik op de handen kreeg, terwijl er toch niemand in de keuken was.

Onderwerp

SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.    SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   

Beschrijving

Een vrouw, die haar pleegkinderen afbeult, zodat ze vroegtijdig sterven en zij over hun erfenis kan beschikken, kan na haar dood geen rust vinden en wordt door vvlen gezien.

Bron

J.R.W. en M. Sinninghe: Zeeuwsch sagenboek. Zutphen 1933, p. 76-77

Commentaar

voor 1933
Andere Tote spuken

Naam Overig in Tekst

Peter Rouaan    Peter Rouaan   

Naam Locatie in Tekst

Ierseke    Ierseke   

Kea    Kea   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20