Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ZEEUW202 - Vrijmetselaars.

Een sage (boek), 1923 - 1932

Hoofdtekst

Vrijmetselaars.

Nog veel meer werd er gepraat over den zonderlingen dood van een vriend van den predikant, Domus Smallegange, die maar een paar huizen van de pastorie af woonde, en veel met dominee omging
Smallegange was graanhandelaar, en deed de zaken nu hij een dagje ouder werd, kalmpjes aan. De marktdag te Goes sloeg hij evenwel nooit over.
Nu gebeurde het, in hetzelfde jaar dat Kool kwam te sterven, dat hij weer als gewoonlijk met paard en sjees naar Goes reed. Voor het wagentje draafde het paardje wat het kon, blij als het was weer eens met den baas mee te mogen en haar kacheltje 1) voor het eerst eens een poosje alleen te laten. Spoedig waren ze op de plaats van bestemming. Zoo voorspoedig als de reis, zoo goed gingen de zaken, en weldra werd welgemoed de terugtocht aanvaard.
't Duurde niet lang of men had de Ganzepoort weer achter den rug, en naderde Kapelle. Vanaf Kapelle werd de weg door de moeren genomen. 's Winters zijn die onbegaanbaar, omdat ze dan altijd onder water staan, maar 's zomers gaat het wel. Smallegange nam graag dien weg door de weilanden. Hij hield van een onbelemmerd uitzicht. Meteen kon hij dan even bij zijn vriend Jacob Pieterse Glerum aangaan, die reeds vanaf 1786 de Steehoeve bewoonde, en waaraan hij meestal zijn granen verkocht.
Ook bij Pieterse deed hij goede zaken, en na samen een bruine gesnapt te hebben, nam Smallegange welgemoed afscheid.
Nu was het nog maar een klein stukje naar huis. Het paard rook de stal, en ook de baas verlangde naar huis, in flinken draf ging het verder, de Steeweg af, de Damstraat in, vlugger steeds vlugger, in galop, weldra een rennen, een woeste vaart ... en hoe! ... Allen die er getuigen van waren, hebben het hun leven lang niet kunnen vergeten. En ze vertelden het later hun kinderen, en die vertelden het hun kinderen weer.
En van over de straat ging 't door de lucht, over de kruinen der wilgen, die vroeger langs de Damstraat stonden, toen die nog onbebouwd was.
Nooit zag men woester paard. Schuimbekkend joeg het voort, als of de duivel 't op de hielen zat, de sjees met zijn ongelukkigen meester achter zich aansleurend, voort! voort! tot dicht bij Smallegange's woning de sjees met paard en inzittende tegen den grond smakt ... en nog gaat het voort ... eindelijk botst het wagentje tegen de hooge stoep van het huis en de rampzalige vrijmetselaar tuimelt dood op den grond, precies op de plek waar de reis zoo voorspoedig begon.
Toen drie dagen daarna de dragers hem naar het kerkhof droegen, voelden ze plotseling een trilling door hun arm gaan ... gelijktijdig gestommel in de kist ... Satan had niet kunnen wachten tot hij begraven was, maar eischte nu reeds zijn deel.
Sindsdien bleven de kruinen der wilgen, waarover de wilde tocht gegaan was, in die richting gebogen, van oost naar west. Nu zijn ze gerooid en is den weg aan beide zijden bebouwd. Van het huis van den vrijmetselaar is geen steen op den anderen gebleven. In 1914 is het gesloopt en werd op die plaats het stadhuis gebouwd.

1. Veulen.

Onderwerp

TM 2900 - Vrijmetselaars    TM 2900 - Vrijmetselaars   

Beschrijving

Een vriend van Kool, de graanhandelaar Smallegange, kwam in hetzelfde jaar om, doordat zijn paard op hol sloeg en de sjees tegen de stoep van Smallegange's huis botste. Tijdens de begrafenis hoorde men gestommel in de kist.

Bron

J.R.W. en M. Sinninghe: Zeeuwsch sagenboek. Zutphen 1933, p. 176-177

Commentaar

voor 1933
Voor dominee Kool, zie ZEEUW201
Vrijmetselaars

Naam Overig in Tekst

Domus Smallegange    Domus Smallegange   

Ganzepoort    Ganzepoort   

Jacob Pieterse Glerum    Jacob Pieterse Glerum   

Steehoeve    Steehoeve   

Satan    Satan   

Naam Locatie in Tekst

Goes    Goes   

Kool    Kool   

Kapelle    Kapelle   

Damstraat    Damstraat   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20