Hoofdtekst
De heilige Frederik was Utrecht's achtste bisschop. Toen was een keizer van Rome en koning van Frankrijk, dewelke heette Lodovicus, des grooten Keizer Karels oudste zoon.
Keizer Lodewijk "die Goedertiere", had tot vrouw Ermgaerd, en toen zij gestorven was nam hij een andere vrouw, Judith, zijn nicht "ende was des Hertogen Dochter van Beyeren". Met haar ging hij naar Utrecht, ontbood Frederik en maakte hem bisschop.
Eens sprak hij tot hem: "Men zegt dat de bewoners van Walcheren, een eiland van uw bisdom, als heidenen, in bloedschande leven; daarom bezweren wij u dat gij al deze menschen zult corrigeeren en pijnigen met den zwaarde."
Waarop de bisschop antwoordde: "Waar zoudt gij beginnen de visch te eten, bij den kop of bij den staart?" En toen de keizer argeloos antwoordde: "Bij den kop", zeide de heilige Frederik tot hem: "O, Edel Keyser, ghy hebt te recht geoordeelt ende om dat ghy, die een Prince ende hooft sijt der Kersten Gelove, een Wijf hebste, die u vleyscheluke Nifte is, daerom soo wil ick u eerst ontghinnen, eer ick totten staert vanden Vissche come. Ende ick segghe u dat te vooren, dat ghijse laten sult, ende ontfanghen penitencie; of ick sal den Ban ende dat Recht der Heyligher Kercken op u vorderen."
En keizer Lodewijk liet die vrouw naar haar vader terugkeeren.
Daarop trok de heilige Frederik naar Walcheren en bekeerde enkele menschen; maar de anderen volhardden in het kwaad, en dreigden den bisschop te dooden, zoodat hij weer wegvoer van daar. "Maer daer na so viel de wrake Gods op hem, dat sy alle worden verslaghen, met haren Grave Eggaert in eenen grooten strijde." (tegen de Noormannen, anno 838).
In de sacristie der St. Jan is de bisschop vermoord door een paar knechten der keizerin Judith. Anderen meenen door eenigen van Walcheren.
En hij voorspelde nog, voor hij den geest gaf: "Nu sullen comen die Heyden Denen met die Noormans, ende verwoesten alle dit Lant, ende en sullen niet laten leggen die een steen opten anderen; en sullen al te grooten bloedstortinghe maken".... en zij kwamen.... "Een hiete Gello, ende quam met sijnen Denen, ende een hiete Rollo, die quam met sijnen Noormans. (Anno 856).
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Frederik   
Lodovicus   
Karel   
Lodewijk   
Ermgaerd   
Judith   
Eggaert   
Noormannen   
St. Jan   
Denen   
Gello   
Christelijk   
God   
Naam Locatie in Tekst
Utrecht   
Rome   
Frankrijk   
Beieren   
Walcheren   
Rollo   
Kersten   
Kerk   
