Hoofdtekst
't Was tijdens den oorlog, dien wij tegen de Franschen voerden, dat de Zierikzeeënaars in zee een Duinkerker kaper meenden te zien. Snel werden twee schepen met dapperen bemand en kozen zee. 't Kaperschip scheen hen af te wachten, het kwam niet van zijn plaats. Dat zou een felle strijd worden. Nauw hebben ze het schip bereikt of ze gooien de enterhaken uit, en met kortjan in den mond springen ze over op het vijandelijk schip... hoe nu, geen tegenstand .
't Was een schip, zwaar met steenen geladen. Daar hebben de arme "Steenkapers" heel wat over moeten hooren.
Torenkruiers 1) heeten ze, omdat ze een ongemeen hoogen toren wilden bouwen en 't niet verder brachten dan het kruien der steenen voor den bouw.
Ook noemt men hen Schapekoppen en Koedieven, het verhaal, dat ongetwijfeld aan deze spotnamen verbonden was, is verloren gegaan.
Zierikzeesche jicht is een verbloemde uitdrukking voor traagheid en op de onbescheiden vraag: "Waar ga je naar toe?" is het wederwoord: "Naar Zierikzee om vlothouten."
1. Zie eerder (ZEEUW252)
Onderwerp
TM 2602 - Spotnaam voor naburig dorp (stad) of hun inwoners   
Beschrijving
Het verhaal waarom men hen Schapekop of koedief noemt is verloren gegaan. Verder uitleg over Zierikzeese jicht en de uitspraak: naar Zierikzee gaan om vlothouten.
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Franschen   
Fransen   
Duinkerken   
Kaperschip   
Steenkaper   
Torenkruier   
Schapekop   
Koedief   
Naam Locatie in Tekst
Zierikzee   
