Hoofdtekst
Naamsverklarende Sagen. c. De Dorpen en Gehuchten: Kattendijke
't Is lang, zeer lang geleden, dat op de plaats waar nu Kattendijke ligt, zich een gemeenschap had neergezet, die als alle anderen bestuurd werd volgens de coutumen des lands.
Onder de zware breedgetakte linde werd de vierschaar niet meer gespannen; reeds zat men in de gerechtskamer der parochieherberg.
Of nu de vroede vaderen zoo gewend waren aan de frissche lucht, of dat het in de kamer werkelijk zoo warm was, is niet recht duidelijk meer te ontcijferen uit het oude perkament, dat deze overlevering voor ons heeft bewaard. Maar het is een feit, dat ze maar niet tot een besluit konden komen in twee gewichtige zaken, te weten, hoe het dorp zou heeten, en hoe de warmte in de kamer te verminderen. Reeds menigmaal had het weinig gescheeld, of de vroede vaderen waren aan het vechten geslagen, wat wel zeer in strijd is met de ernst der zaak.
Weer was men ter vergadering gekomen, en weer wees het weerglas aan, dat er storm op til was, toen een der wijzen het voorstel deed om de kachel te verplaatsen, eenige meters naar achter, dan werd de kamer grooter, en de warmte minder. Zoo was dit lastige vraagstuk van de baan. Nu kon men alle krachten wijden aan het eerste en laatste punt der agenda, hoe zal ons dorp heeten?
Toen heeft de kat van den waard raad geschaft. Poes zat bij het vuur te spinnen en kreeg het plotseling zoo benauwd, dat ze miauwend naar de deur rende. Men opende, verbaasd over die plotselinge haast, de deur voor haar, en zag haar met zeven haasten den dijk ophollen. Een koele wind streek hun langs de slapen, en verhelderde hun brein, want een hunner riep eensklaps: "Kattendijke zal ons dorp heeten". En Kattendijke heet het nog.
't Is lang, zeer lang geleden, dat op de plaats waar nu Kattendijke ligt, zich een gemeenschap had neergezet, die als alle anderen bestuurd werd volgens de coutumen des lands.
Onder de zware breedgetakte linde werd de vierschaar niet meer gespannen; reeds zat men in de gerechtskamer der parochieherberg.
Of nu de vroede vaderen zoo gewend waren aan de frissche lucht, of dat het in de kamer werkelijk zoo warm was, is niet recht duidelijk meer te ontcijferen uit het oude perkament, dat deze overlevering voor ons heeft bewaard. Maar het is een feit, dat ze maar niet tot een besluit konden komen in twee gewichtige zaken, te weten, hoe het dorp zou heeten, en hoe de warmte in de kamer te verminderen. Reeds menigmaal had het weinig gescheeld, of de vroede vaderen waren aan het vechten geslagen, wat wel zeer in strijd is met de ernst der zaak.
Weer was men ter vergadering gekomen, en weer wees het weerglas aan, dat er storm op til was, toen een der wijzen het voorstel deed om de kachel te verplaatsen, eenige meters naar achter, dan werd de kamer grooter, en de warmte minder. Zoo was dit lastige vraagstuk van de baan. Nu kon men alle krachten wijden aan het eerste en laatste punt der agenda, hoe zal ons dorp heeten?
Toen heeft de kat van den waard raad geschaft. Poes zat bij het vuur te spinnen en kreeg het plotseling zoo benauwd, dat ze miauwend naar de deur rende. Men opende, verbaasd over die plotselinge haast, de deur voor haar, en zag haar met zeven haasten den dijk ophollen. Een koele wind streek hun langs de slapen, en verhelderde hun brein, want een hunner riep eensklaps: "Kattendijke zal ons dorp heeten". En Kattendijke heet het nog.
Onderwerp
TM 2601 - Hoe het dorp (de stad, heuvel, straat, een plek of het stuk land) aan z'n naam is gekomen   
Beschrijving
Verklaring voor de naam Kattendijke.
Bron
J.R.W. en M. Sinninghe: Zeeuwsch sagenboek. Zutphen 1933, p. 319-320
Commentaar
voor 1933
Hoe het dorp (de stad, heuvel, het stuk land) aan z'n naam is gekomen
Naam Locatie in Tekst
Zeeuwsch Vlaanderen   
Zeeuws-Vlaanderen   
Zeeland   
Kattendijke   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
