Hoofdtekst
Lied van een wolvenjacht gebeurd te Beilen in Drenthe in den jare (ik meen) 1695
Gij jagers, die de jacht bemint,
En daarin neemt pleisier,
Die met een roer of hazewind
Op 't veld vangt menig dier,
Hier is een hartelijke zaak
Waarin den jager heeft vermaak.
Te Beilen in het landschap Drenth
Daar is een wolf bekend;
Een wolf, een vreselijk gedrocht,
Die naar zijn fellen aard
Veel beesten om het leven brocht.
De huisman was vervaard;
Hij werd bekommerd om zijn vee
En weende met zijn Galathee,
Daar elke morgen na den nacht
Weer nieuwe ellende bracht.
Toen werd er op een dag besteld
Dat ieder als een held
Zou komen op de wolvenjacht
Voorzien van kruit en lood
De wolf te krijgen in zijn macht
En brengen hem ter dood.
Zoo hebben zij eendrachtelijk
Ligt hondert met malkaar
Zoo jong en oud en arm en rijk
Gewapend allegaar
Met hooivork, sabel en geweer
En honden woest van aard
En wat men had tot tegenweer
Zich voor den strijd verklaard.
Zij togen er met moed op los,
Momme wel bedacht
Zoo op het veld als door het bos
En daar springt onverwachts
Het monster wreed toe op een hond
Die jagend' liep vooruit
En ['t] tamme dier dat was terstond
De groote wolf zijn buit.
Maar: pof, daar schoot een jager koen,
't Geweer op zwarthuid af,
Maar het was mis en 't monster toen
Het zette al op een draf.
Maar daar van d'andere kant er kwam
Een tweede pif, paf, poef,
Dat hem een van zijn ooren nam,
Ten minste daar goed trof.
Dat maakt de wolf verwoedend kwaad,
En wijl hij even raadloos staat,
En denkt waar dat hij heenen zal
Daar poft een derde knal.
Die derde knal die treft zijn poot,
Doch, doet dit hem ook zeer,
Toch bijt hij gram een hond nog dood
En tartend het geweer
Werpt hij verwoed zich op een man
Der jagers uit den kring.
Maar deze, een Samson-sterke man,
Die stoot een scherpe kling
Al in de muil van 't monsterdier,
Het was een stout bestaan;
Als 't hem niet goed gelukken wier,
Dan was 't met hem gedaan.
Toen was men met het monster dra
Geheel en al uit nood;
Van mensch en honden geen gena,
Het gaf een vreugde groot.
Met groot triomf en 't doode dier
Kwam men te Beilen weer
En maakte daar een goede sier.
Het was voor 't dorp een eer.
Het was een eer voor heel het land.
Wat Beilen wist te doen,
Daarvoor dankte ook de predikant
In 't eerste zondagsnoen.
Oorlof gij jagers, waar gij jaagt,
Wat buit gij ook naar huize draagt,
Wat Beilen dorst bestaan,
Dat en laat gij ongedaan.
Wellicht zou men te Beilen meer inlichtingen omtrent de gebeurtenis en het lied kunnen bekomen. 't Rijm bezingt een feit, waarlijk te Beilen voorgevallen. Ik heb het uit den mond van mijn, wellicht toen 50 à 60-jarige vader. Het behoort wel niet tot middeleeuwsche rijmen, maar omdat (wellicht) niemand buiten mij 't kan leveren, deel ik het mede. Mocht het in druk bestaan (wat ik wel denk, hoe zou mijn vader het anders hebben kunnen zingen), wat zou ik dan gaarne zoo'n stuk willen zien. In elk geval meen ik wel te doen u deze te zenden.
Gij jagers, die de jacht bemint,
En daarin neemt pleisier,
Die met een roer of hazewind
Op 't veld vangt menig dier,
Hier is een hartelijke zaak
Waarin den jager heeft vermaak.
Te Beilen in het landschap Drenth
Daar is een wolf bekend;
Een wolf, een vreselijk gedrocht,
Die naar zijn fellen aard
Veel beesten om het leven brocht.
De huisman was vervaard;
Hij werd bekommerd om zijn vee
En weende met zijn Galathee,
Daar elke morgen na den nacht
Weer nieuwe ellende bracht.
Toen werd er op een dag besteld
Dat ieder als een held
Zou komen op de wolvenjacht
Voorzien van kruit en lood
De wolf te krijgen in zijn macht
En brengen hem ter dood.
Zoo hebben zij eendrachtelijk
Ligt hondert met malkaar
Zoo jong en oud en arm en rijk
Gewapend allegaar
Met hooivork, sabel en geweer
En honden woest van aard
En wat men had tot tegenweer
Zich voor den strijd verklaard.
Zij togen er met moed op los,
Momme wel bedacht
Zoo op het veld als door het bos
En daar springt onverwachts
Het monster wreed toe op een hond
Die jagend' liep vooruit
En ['t] tamme dier dat was terstond
De groote wolf zijn buit.
Maar: pof, daar schoot een jager koen,
't Geweer op zwarthuid af,
Maar het was mis en 't monster toen
Het zette al op een draf.
Maar daar van d'andere kant er kwam
Een tweede pif, paf, poef,
Dat hem een van zijn ooren nam,
Ten minste daar goed trof.
Dat maakt de wolf verwoedend kwaad,
En wijl hij even raadloos staat,
En denkt waar dat hij heenen zal
Daar poft een derde knal.
Die derde knal die treft zijn poot,
Doch, doet dit hem ook zeer,
Toch bijt hij gram een hond nog dood
En tartend het geweer
Werpt hij verwoed zich op een man
Der jagers uit den kring.
Maar deze, een Samson-sterke man,
Die stoot een scherpe kling
Al in de muil van 't monsterdier,
Het was een stout bestaan;
Als 't hem niet goed gelukken wier,
Dan was 't met hem gedaan.
Toen was men met het monster dra
Geheel en al uit nood;
Van mensch en honden geen gena,
Het gaf een vreugde groot.
Met groot triomf en 't doode dier
Kwam men te Beilen weer
En maakte daar een goede sier.
Het was voor 't dorp een eer.
Het was een eer voor heel het land.
Wat Beilen wist te doen,
Daarvoor dankte ook de predikant
In 't eerste zondagsnoen.
Oorlof gij jagers, waar gij jaagt,
Wat buit gij ook naar huize draagt,
Wat Beilen dorst bestaan,
Dat en laat gij ongedaan.
Wellicht zou men te Beilen meer inlichtingen omtrent de gebeurtenis en het lied kunnen bekomen. 't Rijm bezingt een feit, waarlijk te Beilen voorgevallen. Ik heb het uit den mond van mijn, wellicht toen 50 à 60-jarige vader. Het behoort wel niet tot middeleeuwsche rijmen, maar omdat (wellicht) niemand buiten mij 't kan leveren, deel ik het mede. Mocht het in druk bestaan (wat ik wel denk, hoe zou mijn vader het anders hebben kunnen zingen), wat zou ik dan gaarne zoo'n stuk willen zien. In elk geval meen ik wel te doen u deze te zenden.
Beschrijving
In Beilen was een vreselijke wolf, die veel vee ombracht. Op een dag trok het hele dorp op wolvenjacht en doodt uiteindelijk de wolf.
Bron
Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)
Commentaar
18 maart 1894
Momme: (onduidelijk) soort Duits bier (er werd flink gezopen?)?
Naam Overig in Tekst
Juffers Brouwer   
Galathee   
Samson   
Naam Locatie in Tekst
Beilen   
Drente   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
