Hoofdtekst
Een vrouw had een zoon in de gevangenis. Wanneer zij 2 raadsels kon opgeven en de rechters konden die niet oplossen, dan zou hij vrij zijn.
1e: Op Rudolf ga ik
Op Rudolf sta ik
Op Rudolf ben ik welgemoed
Dat ik mijn zoon van den dood verlossen moet.
Haar hondje was gestorven, het heette Rudolf. Van de huid had ze pantoffels gemaakt.
2e: Henen ging ik
Terug kwam ik
Zeven levenden uit een doode nam ik
De achtste maakte de negende vrij
Heeren, kom en zeg het mij.
Ze had een reis gemaakt en 7 jonge leeuwerikken uit het geraamte van een paard genomen, de 8e was zij zelf, de 9e haar zoon.
1e: Op Rudolf ga ik
Op Rudolf sta ik
Op Rudolf ben ik welgemoed
Dat ik mijn zoon van den dood verlossen moet.
Haar hondje was gestorven, het heette Rudolf. Van de huid had ze pantoffels gemaakt.
2e: Henen ging ik
Terug kwam ik
Zeven levenden uit een doode nam ik
De achtste maakte de negende vrij
Heeren, kom en zeg het mij.
Ze had een reis gemaakt en 7 jonge leeuwerikken uit het geraamte van een paard genomen, de 8e was zij zelf, de 9e haar zoon.
Onderwerp
AT 0927 - Out-riddling the Judge   
ATU 0927 - Out-riddling the Judge.   
Beschrijving
Een vrouw kan haar zoon uit de gevangenis bevrijden door 2 raadsels op te geven, die de rechters niet kunnen oplossen.
Bron
Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)
Commentaar
eind 19e eeuw
Out-riddling the Judge
Naam Overig in Tekst
Rudolf   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
