Hoofdtekst
De oude Stormink, een boer in de buurtschap Wetering, die tijdens zijn leven lastig was geweest voor vrouw en dienstboden, had in zijn graf geen rust, maar kwam telkens terug. Om daar een eind aan te maken, stopte men hem in een looden kist. Deze werd geladen op een wagen getrokken door zeven paarden en in de Douwelder- of Douwelskolk gesmeten. De pastoor, die bij deze begrafenis tegenwoordig was, verzekerde aan de omstanders, dat hij nu niet meer weerom zou komen, omdat hij veroordeeld was genoemde kolk, die een oppervlakte van eenige bunders beslaat, met een vingerhoed ledig te dragen.
Bij de Keizer te Wetering spookte het ook; men hoorde daarboven in de boomen het gesnor van spinnewielen, het miauwen van katten, doch als men ging kijken was er niets.
Bij de Keizer te Wetering spookte het ook; men hoorde daarboven in de boomen het gesnor van spinnewielen, het miauwen van katten, doch als men ging kijken was er niets.
Onderwerp
SINSAG 0410 - Der gebannte Geist.
  
Beschrijving
Een overleden boer keert telkens terug, maar niet nadat de pastoor het lijk in een loden kist heeft gestopt en een kolk ingereden. De rusteloze ziel heeft de opdracht meegekregen om de kolk te legen met een vingerhoedje: een onmogelijke opgave. Elders spookt het ook, maar nu is het een klopgeest: er worden geluiden gehoord, maar er wordt niets gezien.
Bron
Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)
Commentaar
1892
Der gebannte Geist (A)
Naam Overig in Tekst
Stormink   
Douwelderkolk   
Douwelskolk   
Keizer   
Naam Locatie in Tekst
Wetering   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
