Hoofdtekst
De betooverde boeier
Er was een betooverde boeier; hij was van de Lange en lag altijd in de houthaven te Zaandam. Ze legden hem 's avonds goed vast, maar als ze 's morgens kwamen kijken, lag hij altijd met de steven naar den anderen kant als ze hem gelegd hadden. Ze dachten, dat hij gestolen werd en dat een ander hem gebruikte, en daarom besloten ze eens een nacht wacht te houden. Dat doen ze dan ook en ze gaan in den boeier. Na een poos worden de touwen losgemaakt, de boeier komt in beweging en gaat varen. De lui, die er in zitten, houden zich stil. Ze hooren het water bruisen en spatten en merken dat ze in volle zee zijn. De boeier vaart vreeselijk snel. De zee bruist geweldig. Eindelijk na een paar uur varen houdt de boeier stil. Het is dag geworden en ze zijn in de Oost. Ze komen aan land en kijken rond. Na een poos gaan ze er weêr in. Het varen en het leven begint opnieuw. Ze komen weêr in volle zee en toen de boeier stil hield, waren ze weêr in Zaandam. Toen was het morgen. Ze waren de wereld omgevaren van West naar Oost en daarom was het zoo goed alsof ze twee dagen gevaren hadden in plaats van één nacht. De haven waar de boeier altijd lag heet nog de spookhaven. (En het is wel degelijk waar gebeurd, want een van hen had nog een sinaasappel in zijn zak, die hij zelf in den Oost had geplukt.)
Er was een betooverde boeier; hij was van de Lange en lag altijd in de houthaven te Zaandam. Ze legden hem 's avonds goed vast, maar als ze 's morgens kwamen kijken, lag hij altijd met de steven naar den anderen kant als ze hem gelegd hadden. Ze dachten, dat hij gestolen werd en dat een ander hem gebruikte, en daarom besloten ze eens een nacht wacht te houden. Dat doen ze dan ook en ze gaan in den boeier. Na een poos worden de touwen losgemaakt, de boeier komt in beweging en gaat varen. De lui, die er in zitten, houden zich stil. Ze hooren het water bruisen en spatten en merken dat ze in volle zee zijn. De boeier vaart vreeselijk snel. De zee bruist geweldig. Eindelijk na een paar uur varen houdt de boeier stil. Het is dag geworden en ze zijn in de Oost. Ze komen aan land en kijken rond. Na een poos gaan ze er weêr in. Het varen en het leven begint opnieuw. Ze komen weêr in volle zee en toen de boeier stil hield, waren ze weêr in Zaandam. Toen was het morgen. Ze waren de wereld omgevaren van West naar Oost en daarom was het zoo goed alsof ze twee dagen gevaren hadden in plaats van één nacht. De haven waar de boeier altijd lag heet nog de spookhaven. (En het is wel degelijk waar gebeurd, want een van hen had nog een sinaasappel in zijn zak, die hij zelf in den Oost had geplukt.)
Onderwerp
SINSAG 0513 - Die verzauberte Jacht   
Beschrijving
Mannen houden 's nachts de wacht op een schip dat blijkbaar door anderen wordt gebruikt. Het schip gaat varen, en in één nacht vaart het schip naar de Oost en weer terug. Eén van de man heeft als bewijs een sinaasappel geplukt.
Bron
Collectie Boekenoogen (Archief Meertens Instituut)
Commentaar
eind 19e eeuw
Een boeier is een boot, een plezierjacht om mee te zeilen (WNT III, i, 91).
Die verzauberte Jacht
Naam Locatie in Tekst
Zaandam   
West   
Oost   
Lange   
Spookhaven   
Plaats van Handelen
Zaandam (Noord-Holland)   
Kloekenummer in tekst
E086p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
