Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CBOEK516

Een sprookje (almanak), 1881 - 1900

Hoofdtekst

Daar was ereis een man en die was ter dood veroordeeld. Nou was het de gewoonte, dat ze altijd op een kar naar het schavot werden gebracht. Zoo reed dan deze man daar naar toe. Onderweg vloog er een ooievaar voorbij met een kikkert in zijn bek. Toen hij dan voor de rechters kwam, vroegen ze, of hij nog wat te vragen had. "Ja," zei hij, of ze hem vrij wouen laten, als hij een raadsel opgaf, dat ze niet raden konden. Dat vonden ze goed en toen zei hij:
Hoop en vrees zat op den wagen,
Hij zag tweebeen vierbeen dragen,
Vierbeen die zat in den nood,
Als je het raden, dan moet ik dood.
Toen probeerden de rechters of ze het raden konden; maar niemand kon het raadsel oplossen, en daarom vroegen ze wat het antwoord was. En toen zei hij, dat hij hoop en vrees was, die op de wagen zat, en dat hij een ooievaar met een kikkert in zijn bek voorbij had zien vliegen. En toen lieten ze hem vrij.

Onderwerp

AT 0927 - Out-riddling the Judge    AT 0927 - Out-riddling the Judge   

ATU 0927 - Out-riddling the Judge.    ATU 0927 - Out-riddling the Judge.   

Beschrijving

Een ter dood veroordeelde, op een kar naar het schavot gebracht, ziet een ooievaar met een kikker in zijn bek. De rechters vraagt hij, of ze hem vrij willen laten, als hij een raadsel opgeeft, dat ze niet raden kunnen. Dat vinden ze goed en hij zegt:
Hoop en vrees zat op den wagen,
Hij zag tweebeen vierbeen dragen,
Vierbeen die zat in den nood,
Als je het raden, dan moet ik dood.
De rechters kunnen het raadsel niet oplossen en laten hem vrij.

Bron

Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)

Commentaar

eind 19e eeuw
je, in laatste regel van het vers: lees: jelui = jullie
Out-riddling the Judge

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22