Hoofdtekst
Seker man hadde een seer swaer proces in Den Hage, dat hij al voor sijn stadt en den Hove van Hollandt gewonnen hadde, en nu voor den Hooge Rade was hangende, dewelcke oock voor hem gevonnist souden hebben, maer van beyde partijen wierdt er gedient van advertissement, die de heeren bij der hand namen om te lesen. Het eerste van den appellant gelesen hebbende, bevonden sij het gans krachteloos om sijn partij te dooden. R. 'Wij behoeven nu des geappelleerdens advertissement niet te lesen, alsoo er niets tot sijnen laste gebragt werdt.' R. ''t Is waer, wij konnen terstondt wel vonnissen.' R. 'Wat, wij hebben noch over tijdt, laet ons des geappelleerdens advertissement oock eens lesen en sien eens wat hij al seyt.' Sij doen het; daer sagen sij hoe de man met sich self schermde en sooveel starcke objectiën (als 'partijen souden konnen seggen, dat den boedel etc.') daer partijen self niet eens op gedacht en hadden, inbragt, die hij self in datselve advertissement soo krachteloos en sober weerleyde, dat sij hem absoluyt condemneerden met kosten met al.
Beschrijving
Een man moest met een zwaar proces voor de Hoge Raad komen. Eerst lazen de heren de aanklacht van de eiser. Deze vonden ze zo krachteloos, dat ze de beklaagde niets ten laste konden leggen. Daarna lazen ze toch nog het stuk van de beklaagde. Dat was echter zo slecht, dat hij zichzelf volledig neersabelde. Hij werd toen toch nog schuldig bevonden.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Den Hage   
Hove van Hollandt   
Hof van Holland   
Hooge Rade   
Hoge Raad   
Naam Locatie in Tekst
Den Haag   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
