Hoofdtekst
Een vent, tot Delft nieuw in de regeering gekroon [sic], was soo wijs geworden dat het schande was. Hij liet de smit eens roepen in sijn salet daer hij à grand pas ging wandelen een uyr lang. Doe keeck hij quansuys op. R. 'Ho smit, zijt ghij daer? Houdt het mij ten besten, ik hadde u niet gesien. Luy van staet zijn vol affaires, ik kan nu niet vaceren, kom morgen weer.' Hij quam, en voer als voeren. De derde reys geroepen zijnde wachte hij maer een quartier. R. 'Wel smit, wat dunckt u van dit salet?' R. ' 't Is schoon. ' R. 'Ik wilde wel een tang nae proportie van dese kamer gemaeckt hebben. ' De smit aen 't meten. R. 'Wat doet ghij?' R. 'Ik wouw een tang maken dat gij van alle hoecken van den kamer daermee tot den haert kost mycken.'
Beschrijving
Iemand die nieuw in de regering van Delft zag, ging naast zijn schoenen lopen. Hij liet de smid eens in zijn salet komen, en liet hem een uur wachten tot hij hem aankeek. Toen stuurde hij de smid weg. De volgende dag ging het weer zo. De derde keer hoefde de smid maar een kwartier te wachten. De man vroeg de smid wat hij van zijn salet dacht. Hij wilde een tang naar proportie van zijn kamer gemaakt hebben. De smid begon toen te meten: hij wilde een tang maken waarmee de man van alle hoeken van de kamer tot de haard kon reiken.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Locatie in Tekst
Delft   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
