Hoofdtekst
De thrésorier Koarota, buyten op sijn huys zijnde, wierdt van Adriaen Rosa ende mij besocht. Hij begost onsen staet geluckig te noemen; wij aten en droncken sonder sorg; wij stonden op als wij wilden etc. R. 'En ghij, mijnheer, ghij koopt landt, ghij timmert huysen, ghij doet wat ghij wilt.' R. 'Och heer, dat zijn al dingen vol sorgen. Ick heb noyt een uyr rust, en dat het slimste is, al dese moeyte moet ick noch hebben, niet om mijn, maer om andere luyden 'er goedt te administreren.' 'Ick geloof', seyde Rosa,'dat ghij de waerheyt segt, dat al de gelden en goederen die ghij administreert, dat dat andere luyden goederen in der waerheyt zijn.'
Beschrijving
Van Overbeke en Adriaen Rosa bezochten rentmeester Koarota. Die sprak hen aan op hun geluk en zorgeloze bestaan. Maar de twee mannen reageerden door te zeggen dat Koarota zelf ook kon doen wat hij wilde. Maar Koarota vond dat zijn leven vol zorgen was. En hij deed alles niet eens om zijn eigen, maar de spullen van anderen te beheren. Rosa zei daarop dat inderdaad alle gelden en goederen die Koarota beheert, van andere mensen zijn.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Koarota   
Adriaen Rosa   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
