Hoofdtekst
De heer Johan van Oldenbarneveldt, die Advocaet van Hollandt was, tracteerde eens 's jaers de kleyne, en eens de groote steden. Eens met de eerstgenoemde vrolijck wesende, wierdt de gesondheyt van koning Philippus de 2de gestelt, daer een burgemeester van Hoorn dapper tegen uytvoer: 'Dien verrader, dien schelm! etc., ick wil se niet drincken.' Als Barnevelt hem heuschelijck seyde dat men beter tegens koningen qualijck dee als dat m'er qualijck van sprack etc., hield hij evenwel niet op. Op het lest seyde Barnevelt: 'Mijnheer moet weten dat de koningen lange handen hebben.' R. 'Wel, heeft hij lange handen, hij mag er sijn gat mee klouwen.'
Beschrijving
Johan van Oldenbarneveldt dronk eens in een gezelschap op de gezondheid van Philippus II. Een burgemeester van Hoorn weigerde dit echter, en sprak kwaad van de koning. Van Oldenbarneveldt waarschuwde hem dat de koning 'lange handen' had. Wat de burgemeester betrof kon hij die lange handen gebruiken om zijn kont mee te krabben.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
'Lange (of korte) handen hebben' is een uitdrukking die gebruikt wordt om aan te duiden hoeveel macht iemand heeft.
Naam Overig in Tekst
Johan van Oldenbarneveldt   
Advocaet van Hollandt   
Philippus II   
Barnevelt [= Van Oldenbarneveldt]   
Naam Locatie in Tekst
Hoorn   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
