Hoofdtekst
Doe moye Leentje trouwde quaemen er den derden dag eenige geestige jonge meysjes ter bruyloft. De bruydt, geen van al dit volck kennende, vroeg hem wat het voor slag was. R. 'Eenige kleutertjes daer ick voor desen soowat kennis mede gehouden hebbe.' R. 'Hadt gij mij dat geseyt, ik hadde al mijn oude serviteurs mede genoodt, daer isser wel eens sooveel van.'
Beschrijving
Op de bruiloft van Leentje kwam er een aantal jonge meisjes die de bruid niet kende. De bruidegom vertelde dat hij hen nog van vroeger kende. Leentje zei toen, dat hij dat eerder had moeten zeggen. Dan had zij haar oude dienaars (minnaars?) uitgenodigd, waar er minstens zoveel van waren.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Leentje   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
