Hoofdtekst
Geertruijdt, bij haer man te bedde leggende, liet een abominable scheet, soo van klanck als van reuck. Hij, niet luy, beseyckte haer van 't hoofdt tot de voeten. Sij wierdt daervan wacker. R. 'Wat duyvel is dat te seggen?' R. 'lck dacht wel dat nae soo harden windt een swaere regen soude volgen.'
Beschrijving
Geertruijdt liet toen ze met haar man in bed lag een harde onwelriekende wind. Daarop plaste haar man over haar heen. Geertruydt vroeg waarom hij dat deed. De man verklaarde dat er na zo'n harde wind wel zware regen zou volgen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Geertruijdt   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
