Hoofdtekst
Doe de juwelier Pieter van Heemert op sterven lag liet hij den advocaet Vincent Pothoven haelen om op sijn saecken ordre te stellen. Dat gedaen zijnde, stack hij sijn ene been van het bedde. R. 'Ey, lieve, sie eens watte dunne beentjes dat ick hebbe.' R. 'Sij zijn noch soo dick als tevooren, de kuyten zijn soo wat vervloogen. Daer tegen moet ghij dencken dat het u maer voor beenen aengerekent zijn, want ghij leest nergen in de Heylige Schrift van wackere kuyten, maer op verscheydene plaetsen van starcke mans beenen etc.'
Beschrijving
Een juwelier ligt op sterven en een advocaat komt wat zaken regelen. De juwelier laat zijn dunne benen zien. Maar de advocaat zegt: de kuiten zijn verdwenen, maar de benen zijn nog even dik. En daar gaat het om: de Bijbel heeft het ook nooit over goede kuiten, maar wel over sterke benen die de weelde kunnen dragen - daarmee zinspelend op de rijkdom van de juwelier.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Pieter van Heemert   
Vincent Pothoven   
Heylige Schrift   
Heilige Schrift   
Bijbel   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
