Hoofdtekst
'Hoe vaert ghij al buyrman?', sey Phlip tegen Dirck de torfdraeger. R. 'Heel wel.' R. 'Hoe nae, hebt ghij u selven tegens de koude winter wat met turf gezegent?' R. 'Tut, tut, torf noch hout hebbe ick van doen, ick warme mij bij andere luyden haer turf en krijg noch geld toe.'
Beschrijving
Een turfdrager had voor de winter geen turf of hout ingeslagen, want hij warmde zich bij de turf van andere mensen en kreeg nog geld toe.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Phlip   
Dirck   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
