Hoofdtekst
Met de luytenant Amerongen wandelende quam ons juffrouw Anna Mijtens tegen; haer aengesicht met een falie bedeckt ende haer mancke gang aerdig gecorrigeert, soodat wij se niet kenden, voor aleer wij haer groeten, ende sij daerop haer faly voor wat opening gaf. Waerop Amerongen, omsiende, seyde: 'De duyvel haelt de hoer. Ick soude haer niet gekent hebben. Sij gaet soo recht of sij van 'er leven geen mancke poot gehadt hadde.' R. 'Sij heeft het grootste gelijck van de wereldt, s'en hoeft voor ons niet mank te gaen.'
Beschrijving
Twee heren kwamen een vrouw tegen. Ze herkenden haar niet doordat ze gesluierd was en niet, zoals normaal, mank liep. Een van de heren zei dat hij haar niet herkend had, doordat ze zo recht liep. Toen zei de ander: "Ze heeft groot gelijk, ze hoeft voor ons niet mank te gaan."
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Anna Mijtens   
Naam Locatie in Tekst
Amerongen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
