Hoofdtekst
Mijn broeder Hieronymus seyde tegen de commys Noortwijck: "t Is wonder dat altoos die luyden die schielijck rijck worden, het ten eersten hier of daeraen moeten laeten blijcken.' R. 'Dat is geen wonder, doe ick school ging kreeg yeder jongen een kommetjen pap voor sijn portie. Ick plonderde nevens eenige andere een klompje boter. De meester, siende dat het boterschoteltje wat vermindert was, keeck maer nae onse kommetjes. 't Was niet te verbergen, want terstont quam het botertjen boven drijven, dat de schuldige verraede.'
Beschrijving
Twee heren spraken over rijkdom. Een van hen vond het vreemd dat mensen die snel rijk werden altijd hun rijkdom moesten laten zien. De ander antwoordde dat dat niet zo vreemd is. Als je een klontje boter in een kommetje pap doet, komt het vroeg of laat ook bovendrijven.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Hieronymus   
Noortwijck   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
