Hoofdtekst
Theophile, die groot credit aen het hof hadde, stondt in de antichambre van de koningin en kemde sijn hayr wat uyt voor een spiegel om netjes binnen te [koomen]. Mombaison komt soetjes achter hem en steeckt hem twee vingers hoornsgewijs op. Hij hieldt sich of hij't niet en sag, maer in de koningins kamer koomende, viel hij op sijn kniën en seyde niet als: 'Justice!' Als men vraegde waerover, weygerde hij het selfde te openbaeren, tot het de koninginne hem commandeerde. Doe seyde hij in presentie van Mombaison: 'Voila, monsieur de Mombaison, qui vient de monstrer tout ce qu'il porte et cela dans l'antechambre de Sa Majesté.' De koningin, die het in 't eerst nae de letter verstondt, wierdt heel toornig, maer met den uytleg van de historie liep het op een lacchen uyt.
Beschrijving
Een man staat aan het hof zijn haar te kammen in een spiegel. Een andere man houdt achter zijn hoofd vingers omhoog, zodat hij lijkt alsof hij een monster met hoorns is. De man vraagt later aan de koningin of hem recht gedaan kan worden, maar hij durft eerst niet te zeggen waarover. Dan wordt de dader erbij gehaald, en in de Franse beschuldiging lijkt het alsof hij
zijn geslachtsdelen heeft getoond, en niet de ander als een monster heeft te kijk gezet. De koningin begrijpt het eerst verkeerd, maar als ze het daarna goed begrijpt, wordt er erg om gelachen.
zijn geslachtsdelen heeft getoond, en niet de ander als een monster heeft te kijk gezet. De koningin begrijpt het eerst verkeerd, maar als ze het daarna goed begrijpt, wordt er erg om gelachen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Theophile   
Mombaison   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
