Hoofdtekst
Een Franschman, moe gereyst sijnde, soude in de winter te bedde gaen. Sij smeten hem een swaer onbeschoft deckbedde over het lijf, daer hij onder meende te sticken, en dit gebruy niet gewoon sijnde, kost hij sich niet anders inbeelden of men souw daer noch een ander opleggen, en hij twijffelde of men noch niet wel een verdieping hooger getimmert souw hebben. Derhalven dede hij niet als continueel versoecken, dat men, als het doch soo weesen moest, een licht kaereltjen boven op hem leggen soude.
Beschrijving
Een Fransman had lang gereisd en ging in de winter ergens overnachten. Men smeet een zwaar dekbed over hem heen, waar hij dacht onder te stikken. Hij dacht dat ze er nog iemand bovenop zouden leggen. Daarom bleef hij de hele tijd vragen of men een licht kereltje op hem wilde leggen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Franschman   
Fransman   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
