Hoofdtekst
De heer Hugo de Groot kreeg eens in 't school dicht op sijn gat. Hij ging al grijnende na huys. De koning van Bohemen komt voorbij sijn huys rijden sooals hij aenklopte. R. 'Wel soete mannetje, warom ben je dus gesteurt? Hoe krijt je soo luyde? Wat isser te doen?' R. 'Infandum reginajubes renovare dobrem etc.'
Beschrijving
Hugo de Groot ging eens huilend van school naar huis omdat hij een pak slaag had gekregen. De koning van Bohemen, die juist langs kwam rijden, zag dat. Hij vroeg de kleine Hugo wat er loos was. Deze antwoordde, in het Latijn: "Koningin, jij beveelt me dit onuitsprekelijke leed op te rakelen etc."
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
De jonge Hugo citeert hier uit de Aeneïs van Vergilius. Hugo de Groot (1583- 1645) was in zijn jeugd bijzonder begaafd en kon vanaf zijn achtste dichten in het Latijn.
Naam Overig in Tekst
Hugo de Groot   
Naam Locatie in Tekst
Bohemen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
