Hoofdtekst
Een onbesuysde gecxkap, die soo dickwels de beest speelde dat men hem niet meer en achte, was in een geselschap daer ick hem wat gefopt hadde, seer op mij verstoort. Ick quam mij quansuys bij hem excuseeren. R. 'Wat duyvel, ick wil u niet spreecken, je bent een geck.' R. 'Dat souw waer sijn. so ik mij aen uw woorden steurde.'
Beschrijving
Een idioot die door niemand meer serieus werd genomen, was eens zeer ontriefd door een heer, omdat die hem gefopt had. Toen de heer zijn excuses kwam aanbieden, antwoordde hij: "Ik wil je niet spreken, je bent een gek." Waarop de ander zei: "Dat zou waar zijn als ik mij aan uw woorden zou storen."
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20