Hoofdtekst
Meisje 1: "Er was eens een heel klein meisje, en dat vond iedereen hartstikke lief. Haar grootmoeder vond haar nog het meest leuk. Daarom kreeg ze een rood kapje van haar moeder. Ze heette daarom Roodkapje. Haar grootmoeder was ziek. En ze moest van haar moeder wijn en brood gaan halen. Ze liep over het pad heen naar haar grootmoeder toe en kwam de boze wolf tegen. Ze was eigenlijk helemaal niet bang voor de wolf, en zei: 'Hallo, lieve wolf, wat kom je hier doen?' 'Nou, ik ben hier bloemetjes aan het plukken. Vindt u ze ook niet mooi?'"
Meisje 2: "'Ja, ik vind ze eigenlijk wel heel mooi.' En Roodkapje die kijkt om zich heen, en ziet allemaal leuke bloemetjes. En dan gaat ze ze plukken, want ze denkt van: oma vindt het wel leuk om zo'n boeketje te krijgen. En ze loopt van het pad af. En verderop ziet ze nog mooiere bloemetjes en ze loopt steeds verder. Maar de grote boze wolf, die gaat meteen naar grootmoeder toe. Die denkt van: ja, ik wil zo'n lekker hapje niet missen."
Meisje 1: "Dus hij loopt daar in en hij klopt op de deur en zegt (wat zegt 'ie ook alweer? o ja): 'Trek maar aan het touwtje, de deur gaat vanzelf open.' De deur gaat open en hij vlucht naar grootmoeder toe en eet haar in één hap op. Hij doet de kleren van grootmoeder aan en gaat in bed liggen."
Meisje 2: "Roodkapje..."
Meisje 1: "Roodkapje komt, en die ziet dat de deur openstaat. Ze vindt het eigenlijk wel heel erg eng, want de deur staat nooit open. Ja."
Meisje 2: "Dan loopt ze naar grootmoeders bed toe en ziet de wolf. 'Grootmoeder, wat heeft u toch grote ogen.' 'O, dan kan ik jou beter zien,' zegt grootmoeder. 'Maar grootmoeder, wat heeft u een grote mond.' 'Dan kan ik jou beter opeten!' En in één keer is Roodkapje weg, in de buik van de wolf."
Meisje 1: "De bosjager komt... de boswachter komt eraan en hij ziet dat de deur open staat, en hij hoort de wolf heel hard snurken. Dus hij gaat kijken en hij pakt zijn geweer en hij wil schieten. Maar opeens ziet 'ie een hele dikke buik en hij schrikt toch eigenlijk wel. Dus hij pakt een schaartje en knipt de buik open. Hij ziet een rood kapje. En dan knipt hij nog verder, en hij ziet Roodkapje eruit springen. Ze was hartstikke blij. Ze zegt: "Grootmoeder zit er ook nog in." Dus ze knippen verder. En daar komt grootmoeder, uit de buik; ze heeft helemaal niks meer, ze is niet eens ziek meer."
Meisje 2: "Dan doen ze een paar stenen in de wolf zijn buik en ze naaien die dicht. En dan gaan ze achter een boom zitten. Als de wolf wakker wordt, wil 'ie wat gaan drinken. Dus hij loopt naar de put toe en hij helt voorover. Dan rollen alle stenen naar voren en valt 'ie in de put. Ja, en toen was iedereen blij."
Meisje 2: "'Ja, ik vind ze eigenlijk wel heel mooi.' En Roodkapje die kijkt om zich heen, en ziet allemaal leuke bloemetjes. En dan gaat ze ze plukken, want ze denkt van: oma vindt het wel leuk om zo'n boeketje te krijgen. En ze loopt van het pad af. En verderop ziet ze nog mooiere bloemetjes en ze loopt steeds verder. Maar de grote boze wolf, die gaat meteen naar grootmoeder toe. Die denkt van: ja, ik wil zo'n lekker hapje niet missen."
Meisje 1: "Dus hij loopt daar in en hij klopt op de deur en zegt (wat zegt 'ie ook alweer? o ja): 'Trek maar aan het touwtje, de deur gaat vanzelf open.' De deur gaat open en hij vlucht naar grootmoeder toe en eet haar in één hap op. Hij doet de kleren van grootmoeder aan en gaat in bed liggen."
Meisje 2: "Roodkapje..."
Meisje 1: "Roodkapje komt, en die ziet dat de deur openstaat. Ze vindt het eigenlijk wel heel erg eng, want de deur staat nooit open. Ja."
Meisje 2: "Dan loopt ze naar grootmoeders bed toe en ziet de wolf. 'Grootmoeder, wat heeft u toch grote ogen.' 'O, dan kan ik jou beter zien,' zegt grootmoeder. 'Maar grootmoeder, wat heeft u een grote mond.' 'Dan kan ik jou beter opeten!' En in één keer is Roodkapje weg, in de buik van de wolf."
Meisje 1: "De bosjager komt... de boswachter komt eraan en hij ziet dat de deur open staat, en hij hoort de wolf heel hard snurken. Dus hij gaat kijken en hij pakt zijn geweer en hij wil schieten. Maar opeens ziet 'ie een hele dikke buik en hij schrikt toch eigenlijk wel. Dus hij pakt een schaartje en knipt de buik open. Hij ziet een rood kapje. En dan knipt hij nog verder, en hij ziet Roodkapje eruit springen. Ze was hartstikke blij. Ze zegt: "Grootmoeder zit er ook nog in." Dus ze knippen verder. En daar komt grootmoeder, uit de buik; ze heeft helemaal niks meer, ze is niet eens ziek meer."
Meisje 2: "Dan doen ze een paar stenen in de wolf zijn buik en ze naaien die dicht. En dan gaan ze achter een boom zitten. Als de wolf wakker wordt, wil 'ie wat gaan drinken. Dus hij loopt naar de put toe en hij helt voorover. Dan rollen alle stenen naar voren en valt 'ie in de put. Ja, en toen was iedereen blij."
Onderwerp
AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   
ATU 0333 - Little Red Riding Hood   
Beschrijving
Roodkapje en haar grootmoeder worden opgegeten door de wolf, maar weer bevrijd door de boswachter.
Bron
Verteld op de Nationale Verteldag in het Archeon in Alphen aan den Rijn (bandopname archief Meertens Instituut)
Commentaar
6 juni 2004
Dit verhaal werd verteld door twee pubermeisjes van circa 13 jaar; zie onder Beeld voor een foto.
The Glutton (Red Riding Hood)
Naam Overig in Tekst
Roodkapje   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
