Hoofdtekst
De procureur Copmoyer vraegde iemant wat conclusie men behoorde te nemen tegens een vrijer, die bekende wel rem in re gehadt te hebben, maer niet gedechargeert te hebben, of men wel sooveel voor haer defloratie soude mogen eysschen, ofte niet, alsoo het pistool niet afgegaen was. R. 'Ten minsten soud' ick sooveel voor de schrick pretendeeren.'
Beschrijving
Procureur Copmoyer vroeg iemand wat je moest besluiten tegen een vrijer die wel met iemand naar bed was geweest, maar geen zaad had geloosd. Zou men dan wel veel voor de ontmaagding van het meisje mogen eisen, ook al was het 'pistool niet afgegaan'? Antwoord: "Ik zou tenminste voor de schrik op zoveel aanspraak maken."
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Copmoyer   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
