Hoofdtekst
Een silversmitsmeyt sag haer meester eens op haer vrouw kruypen. Sij vraegde aen de knegt: 'Wat drommel doen sij daer'?' R. 'Sij gieten silvere lepels.' Een wijl daerna vraegde de knegt haer of sij oock een reys lepels wilden gieten. Sij seyde van jae. Als hij nu op het uytterste van 't werck gekomen was, liet hij een groote scheet. R. 'Wat duyvel is dat, Jan?' R. 'De form die borste.' R. 'Dat dacht mij oock, want ick voel noch al het silver bij mijn gat neerloopen.'
Beschrijving
Een meid zag haar meester, een zilversmid, seks hebben met zijn vrouw. De knecht maakte haar wijs dat ze zilveren lepels aan het gieten waren, en vroeg of zij dat ook wilde doen. Zij stemde in. Vlak voor het hoogtepunt liet de knecht een scheet, en zei de meid dat de vorm gebarsten was. Ze zei dat ze dat al dacht, want ze voelde het zilver bij haar gat neerlopen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Zie ook OVER0460
Naam Overig in Tekst
Jan   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
