Hoofdtekst
Louw hadt een tamelijck moy kleetje aen soo dat als hij met mij buyten ging wandelen. Bij ongeluck komt er een swaeren regen op. Hij op een drafje achter een duyn geloopen en daer aen het ontkleden. R. 'Wat droes, Louw, begin je daer?' R. 'lck meen mij moedernaeckt uyt te trecken en dan met mijn gat op al mijn plunje te gaen sitten, soo is het moy van de regen bedeckt en ick houde schoon en droog goet. ' R. ' Ben je geck. kaerel, die regen sal (letter op) niet lang aenhouden.' R. 'Jae, letter op, ick oock niet.'
Beschrijving
Louw had zijn nette pak aan toen het begon te regenen. Hij kleedde zich uit, om zo op zijn kleding te gaan zitten en deze droog te houden. Zijn gezelschap zei hem, dat de regen niet zou aanhouden. Louw antwoordde: "Ik ook niet."
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Louw   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
