Hoofdtekst
Een vent met een parragon van een neus, quam een ander in een naeuw straetje tegen die, met sijn mondt wijt open, bot stil bleef staen. Neusneef stont verstelt en niet anders konnende gissen als dat het straetje te naeu was, borgh sijn domp wat ter sijden: 'Vriend, passeert nu.'
Beschrijving
Een man met een enorme neus kwam een ander tegen in een nauw straatje, die van ontsteltenis bleef staan. De man met de neus dacht dat de man bleef staan doordat er te weinig ruimte was in het straatje en deed zijn neus opzij: "Vriend, passeer nu."
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20