Hoofdtekst
Jacobus Keijser was 's nachts sijn zaedt ontloopen doe hij soo een jongen van 16 jaer was. Hij wierdt daer wacker af en schreuwde het heele huys overendt. Elck vroeg om 't seerst wat hem schorte. Hij gaf geen antwoort, maer het dickwels vraegen dee hem uytroepen: 'Adieu vrienden, ick seg u een eeuwig adieu.' Elck was verschrickt, soo om sijn naere stem als holle en verdraeyde oogen, soodat men hem wat warme wijn ingaf, daerdoor hij bijna weer tot sichselfs quam, maer kreet al even luyt dat hij sterven moest. R. 'Waerom?' R. 'Och, ick moet sterven, want ick heb den draet gesien daer ick mee genayt ben.'
Onderwerp
AT 1542** - The Maiden's Honor   
ATU 1542** - The Maiden’s Honor.   
Beschrijving
Toen Jacobus Keijser 16 was kreeg hij 's nachts een zaadlozing en schreeuwde het hele huis wakker. Iedereen vroeg hem steeds maar wat er was, want hij werd onwel en zei steeds dat hij sterven moest. Uiteindelijk zei hij: "Ik moet sterven, want ik heb de draad gezien waarmee ik genaaid ben."
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Jacobus Keijser was sinds 164 advocaat voor het Hof van Holland.
The Maiden's Honor
Naam Overig in Tekst
Jacobus Keijser   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
