Hoofdtekst
Een kaele hongerige don quam voor een herberg vraegende of er niets ten besten was. R. 'Niet meer als een hoendtje.' R. 'Spuls genoeg.' R. 'Maer met verlof, heer, hoe is uw naem, want flus heb ick noch al eens gasten gehadt, die deurgingen sonder goedendach te seggen.' R. 'Mijn naem is don Fernando Diego Joan Baptista de Saragossa.' R. 'Och signor, treck maer voorbij. U Edele alleenig soude ick noch raed geweten hebben, maer sooveel heeren t'evens, daer is mijn keucken niet na gestelt.'
Beschrijving
Een Spaanse, hongerige heer kwam bij een herberg om eten vragen. De waard vroeg toen zijn naam, omdat er nogal eens gasten zonder betalen weggingen. De heer noemde zijn vier voornamen en achternaam, waarop de waard zei dat hij maar beter verder kon reizen: zoveel mensen tegelijk kon zijn keuken niet aan.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Fernando Diego Joan Baptista de Saragossa   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
