Hoofdtekst
'Wel Aelbert, wat drommel, hoe kundt gij dat lijden, Teun slaept als hij wil bij u wijf.' R. 'Wel, wat is daeraen gelegen, dat doe ick mee.' R. 'Maer ik heb haer nu korts hooren sweeren dat sij geen liever man in de werelt hadde als Teun.' R. 'Dat liegt sij, want hetselve heeft mij de hoer wel 100 mael geswooren, daer ick alle dagen het tegendeel voor mijn oogen sien moet.'
Beschrijving
Iemand vroeg Aelbert hoe hij het volhield dat Teun wanneer hij wilde bij Aelberts vrouw sliep. Antwoord: "Wat maakt het uit, dat doe ik ook." De ander had echter gehoord dat zijn vrouw had gezworen dat zij niemand in de wereld liever had dan Teun." Aelbert zei daarop: "Dat liegt ze, want datzelfde heeft de hoer mij wel honderd keer gezworden, en toch zie ik elke dag het tegendeel voor mijn ogen."
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Aelbert   
Teun   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
