Hoofdtekst
Een vrouw stont bij het schavot, daer haer soon hangen soude. Als haer soon ten voorschijn quam om op de ladder te stappen, wiert sij ontdeckt van een van haer buyren die haer seyde: 'Wel Geertruijt, vind ick jouw hier en sie je dat soo met drooge oogen an?' R. 'Jae, soo gaet het in de weerelt, 't en schaedt de jongens niet, sij moeten van alles toch wat besoecken.'
Beschrijving
Een vrouw stond bij het schavot waar haar zoon zou komen te hangen. Toen hij de trap op klom, vroeg haar buurvrouw of zij dit met droge ogen aan kon zien. Antwoord: "Ja, zo gaat het in de wereld, het schaadt de jongens niet, zij moeten toch van alles wat ondervinden."
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20