Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OVER0716

Een mop (boek), derde kwart 17e eeuw

Hoofdtekst

Een meyt quam tot Amsterdam voor commissarissen om haer geboden te laten aenteyckenen. De heeren, haer bruydegom voor een afgerechten fielebout kennende, seyden: 'Jouw schelm, wij hebben u wel ses maelen wederom gesonden en de gij weet noch seer wel wat gij noch op uwe hoornen hebt, vertreckt terstont uyt ons gesigt ende morgen uyt de stat, soo ghij wel geraeden sijn wilt.' Hij droop stillekens deur. Sij dit siende, seyde: 'Blijven de heeren noch een uyrtjen met malkander?' R. 'Wij geloven ja, vrijster, waerom toch?' R. 'Ick soude een andere bruydegom haelen.' En sooals sij seyde, soo dede sij oock en liet haer geboden aenteyckenen.

Beschrijving

Een vrouw kwam met haar bruidegom om hun geboden te laten aantekenen. De heren stuurden echter de bruidegom uit de stad, om wat hij op zijn geweten had. De vrouw vroeg toen of de heren nog een uurtje tijd hadden, dan zou zij ondertussen een andere bruidegom halen.

Bron

Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991

Commentaar

Derde kwart zeventiende eeuw

Naam Locatie in Tekst

Amsterdam    Amsterdam   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20