Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OVER0734

Een mop (boek), derde kwart 17e eeuw

Hoofdtekst

Een nieuw getrouwt man, met sijn vrouwtjen in de venster leggende, wees haer een meysken daer hij tevooren wel kortswijl mede gehadt hadde. 'Maer', seyde hij, 'de malle pry was soo geck, dat sij het altoos haer moer ging klaegen.' 'Mallootje', sey de vrouw, ick hebbe het wel honderdmael niet onse koetsier gedaen, maer sweeg stil.'

Beschrijving

Een bruidspaar besprak een meisje waar de bruidegom voor hun huwelijk kort iets mee had gehad. Dat meisje ging altijd bij haar moeder klagen. De bruidegom vond dat dom van haaar: zijzelf had het wel honderd keer met de koetsier gedaan, maar zweeg daarover.

Bron

Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991

Commentaar

Derde kwart zeventiende eeuw

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20