Hoofdtekst
Als Claes vijf, ses scheeten liet vliegen in presentie van Joost, seyde hij: 'Claes, je bent een recht varcken.' R. 'Dat's waer, maer een van die steene varckens meen je.' R.'Waerom?' R. 'Omdat ick flus drie, vier winden al willens hebbe opgehouden, die mij nu soo bruyden dat mijn naers een spaerpot gelijckent, want gelijck als daer de penningen voor de spleet komen, soo komen die bespaerde scheeten voor mijn hinderste en dan moeten s'er vantselfs uytvallen.'
Beschrijving
Joost vond Claes een varken omdat hij zoveel scheten liet. Claes zei daarop dat hij een spaarvarken was, omdat hij zijn scheten had geprobeerd in te houden. Net zoals de munten bij de gleuf van de spaarpot komen zijn scheten voor zijn achterste en vallen er dan vanzelf uit.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20