Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OVER0786

Een mop (boek), derde kwart 17e eeuw

Hoofdtekst

Soo als een groot galant bij sijn liefje sat, komt de man (die ordinaris op dat uyr in de kroeg sat) starck aenkloppen. Sij vol achterdocht, stack haer serviteur onder een groote vleyschketel, maer het ongeluck wilde, dat haer mans eerste woorden waeren: 'Wijf, waer is onse groote ketel, ick heb se voor 30 gulden verkogt en een rijcxdaelder in 't gelagh toe. Waer is se, ick moet se terstont leveren.' R. 'Wel, dat wil oock wesen, daereven vercoop ick se oock voor 40 gulden. De man isser daer soo onder gaen sitten om te sien of sij dicht is.' R. 'Al is sij 10 gulden dierder verkogt, mijn woordt is mijn woordt. Laet hem weer heen trecken en segt dat se een ander al voor hem gekogt hadde.'

Beschrijving

Een vrouw verborg haar minnaar onder een grote ketel toen haar man onverwachts thuis kwam. Deze wilde de ketel meenemen omdat hij hem verkocht had voor 30 gulden. De vrouw verzon toen de uitvlucht, dat zij de ketel ook verkocht had, maar voor 40 gulden, en dat de koper nu onder de ketel zat om hem te inspecteren. Haar man trapte erin, en de minnaar kon vertrekken.

Bron

Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991

Commentaar

Derde kwart zeventiende eeuw

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20