Hoofdtekst
Als Graswinckel in de kroeg sat bij 't vier, raeckte de waert soo droncken dat hij los voorover in 't vijer viel. Sij hielpen hem ten eersten weer daer uyt. 'Wel dat is vremt', seyde Graswinckel, 'kond gij de man niet laten begaen. Het is immers sijn huys, mag hij niet gaen leggen waer hij wil?'
Beschrijving
Toen de waard zo dronken was dat hij in het vuur viel, haalde de mensen hem er weer uit. Graswinckel zei daarop: "Kon u de man niet laten begaan. het is immers zijn huis, mag hij niet gaan liggen waar hij wil?"
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Graswinckel   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
