Hoofdtekst
Een zeeman moet op reis, maar omdat hij zijn vrouw niet vertrouwt, schildert hij met waterverf een bokje op haar buik. De minnaar komt en het gevolg van dat bezoek is dat er van het bokje niet veel meer te zien is. Maar deze weet raad en schildert een nieuw bokje. Toen komt de man en inspecteert zijn vrouws buik. Maar o wee, het bokje dat hij geschilderd had, had den kop naar omlaag, en nu heeft het den kop naar boven. Hij maakt daar dus aanmerking op, maar de vrouw zegt: 'Dat is toch waarachtig geen wonder, dat hij nu zijn kop naar boven heeft: hij kon het niet houden van de akelige lucht.'
Beschrijving
Een man moet voor langere tijd weg, maar vertrouwt zijn vrouw niet en schildert met waterverf een bokje op haar buik. De vrouw pleegt overspel en het bokje vervaagt. De minnaar schildert een nieuw bokje, maar nu met de kop omhoog. Als de echtgenoot om ee verklaring vraagt, zegt de vrouw dat de bok zelf zijn kop omhoog heeft gedaan vanwege de stank.
Bron
Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)
Commentaar
eind 19e eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22