Hoofdtekst
Een Jodin is pasgetrouwd. Den eersten nacht komt haar man wel bij haar te bed, maar doet verder niets. Den tweeden nacht weer niets. Toen zegt ze: 'Maar Mozeske, wat is er dan toch, dat je niets met [me] doet? We zijn nu toch samen getrouwd.' 'Maar Saartje, wat moet ik dan doen?' 'Ga eens boven op me liggen met jou[w] buik op mijn buik.' 'Is het zoo goed, Saartje?' 'Ja, Mozeske.' 'Wat moet ik nou doen?' 'Nou moet je jongeheer in het gaatje.' 'Is het zoo goed, Saartje?' 'Ja, Mozeske, en nou moet je zoo doen: Hoog de punt, laag de punt, links de punt, rechts de punt. Hoog de punt, laag de punt, links de punt, rechts de punt.' 'Maar Saartje, hoe heb ik het nou? Mijn jongeheer is toch geen balanceerstok?'
Onderwerp
AT 1855 - Jokes about Jews   
ATU 1855 - Anecdotes about Jews.   
Beschrijving
Een vrouw trouwt met een onnozele man: in bed moet zij hem voordoen hoe hij de liefde moet bedrijven. Hij vindt het maar malle acrobatische aanwijzingen.
Bron
Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)
Commentaar
eind 19e eeuw
Jokes about Jews
Naam Overig in Tekst
Jodin   
Mozeske   
Saartje   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
