Hoofdtekst
De Twee Meiden
Twee meiden woonden bij een braaf en deftig heer,
Ze waren beiden hem genegen.
En hadden ook zijn gunst verkregen.
Door haar getrouwe dienst die toenam keer op keer
Hij schelt op zekeren tijd, om kaarsen aan te steken,
Maria ijverig onbezweken
En altoos vaardig in 't volbrengen van haar pligt,
Steekt straks de kaarsen aan en wenscht hem 't eeuwig ligt.
Hij een der vriendelijkste menschen
Bekoord door dit gulhartig wenschen
Tast in zijn zak en geeft een gulden aan de meid.
...
(Katrijn brengt dan 'vuur en tabakcomfoor'.)
Daar zegt ze dat mijnheer is 'tgeen gij hebt geboden
Ik wensch van harte U het eeuwig vuur.
Wat kreeg zij voor dien wensch? Zes gulden? Neen, zes klappen,
Hij joeg haar uit zijn oog en smeet haar van de trappen.
Twee meiden woonden bij een braaf en deftig heer,
Ze waren beiden hem genegen.
En hadden ook zijn gunst verkregen.
Door haar getrouwe dienst die toenam keer op keer
Hij schelt op zekeren tijd, om kaarsen aan te steken,
Maria ijverig onbezweken
En altoos vaardig in 't volbrengen van haar pligt,
Steekt straks de kaarsen aan en wenscht hem 't eeuwig ligt.
Hij een der vriendelijkste menschen
Bekoord door dit gulhartig wenschen
Tast in zijn zak en geeft een gulden aan de meid.
...
(Katrijn brengt dan 'vuur en tabakcomfoor'.)
Daar zegt ze dat mijnheer is 'tgeen gij hebt geboden
Ik wensch van harte U het eeuwig vuur.
Wat kreeg zij voor dien wensch? Zes gulden? Neen, zes klappen,
Hij joeg haar uit zijn oog en smeet haar van de trappen.
Beschrijving
Eén van de twee dienstmeiden van een heer die de kaarsen brengt en hem het eeuwig licht toewenst krijgt een beloning. De ander die hem vuur en tabak brengt en hem het eeuwig vuur toewenst wordt verjaagd.
Bron
Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)
Commentaar
[19e eeuw?]
Gedicht van een door Boekenoogen niet met name genoemde dichter, te vergelijken met CBAK0073 (zie ook CBOEK590).
Naam Overig in Tekst
Maria   
Katrijn   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
