Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

INZ00007 - Paashaas

Een sprookje (internet), donderdag 10 juni 2004

Hoofdtekst

Paashaas Er was eens een klein haasje dat heel erg ongelukkig was. Hij had tien broertjes en zusjes en die waren allemaal groter of sterker of mooier dan hij. De een had langere snorharen, de ander had langere oren, of een mooier staartje of nageltjes die mooier glansden of ze waren sterker of slimmer. Haasje was maar heel gewoontjes. Geen enkel ding aan hem was speciaal en daarom zagen zijn ouders hem vaak over het hoofd. Als ze met z’n allen het veld ingingen om les te krijgen in gevaarlijke dingen voor haasjes, dan vergaten ze hem soms gewoon. Op een dag werd hij wakker en weer was het hazenleger helemaal leeg. Hazenleger. Weten jullie wat dat is? Hazen wonen niet in een holletje zoals konijnen, maar ze maken een kuiltje in de grond, maken het gras een beetje platter. En dat is een hazenleger. Het hazenleger was dus helemaal leeg. Iedereen was vertrokken en hem waren ze weer vergeten. Haasje voelde zich plotseling heel erg eenzaam en alleen en zachtjes begon hij te snikken. De traantjes liepen over zijn kleine hazenwangetjes en zijn snorhaartjes trilden van verdriet. Waarom was hij zoals hij was? Dacht hij. Waarom was hij zo gewoontjes en niet speciaal? Waarom liet iedereen hem alleen? Terwijl hij zo zat te huilen kwam er een klein lammetje aanlopen. Zo’n klein lief lammetje met allemaal krulletjes in haar vacht. Wie ben je? En waarom huil je? blaatte ze. Haasje vertelde Lammetje snikkend dat zijn hele familie weg was gegaan en dat ze hem waren vergeten. Nou, daar hoef je toch niet om te huilen! sprak lammetje. Het is prachtig weer! De zon schijnt en de bloemetjes bloeien? Er zijn volop jonge verse klaverblaadjes. Weet je wat, we gaan samen fijn de weide in… Het haasje keek haar met zijn betraande oogjes aan. Meen je dat? En zijn gezichtje klaarde helemaal op. Ja natuurlijk. Haasje sprong op van zijn leger en zigzagde vrolijk met het lammetje mee de wei in. Lammetje danste vrolijk om hem heen. Ze snoepten van het klaver en voelden de zon op hun velletjes. Het rook heerlijk naar lente en samen hadden ze veel plezier. Toen ze een tijdje rondgedarteld hadden zagen ze een geel bolletje in het gras. Ze dachten eerst dat het een paardebloem was die ze op konden eten, maar nee… Het bolletje bewoog. Er kwam een klein kopje tevoorschijn met daarin twee oogjes als twee kleine zwarte kraaltjes en een klein geel snaveltje. Er kwamen ook twee kleine vleugeltjes tevoorschijn. Daarmee begon het bolletje te fladderen. He, jo, kijk een beetje uit… Jullie gaan me toch niet opeten.. hoorden ze opeens. Lammetje en haasje sprongen achteruit en keken elkaar verbaasd aan. Het sprak… Wie ben jij? Ik ben piepkuiken en ik kom net uit het nest gekropen. Kijk… daar in de verte zit mijn moeder nog te broeden op de andere eieren. Met zijn vleugeltje wees hij in de verte. Ze keken de kant op die hij aanwees en zagen toen een moederkip die zat te broeden en angstig rond keek. Ze was heel erg ongerust over haar piepkuiken, maar durfde haar eieren niet alleen te laten. Af en toe tokkelde ze wat klaaglijk of ze tokkelde heel hard. En ook keek ze angstig rond, maar ze kon niet zo goed zien en wist niet waar piepkuiken gebleven was. Moet jij niet heel snel naar je moeder terug? vroegen haasje en lammetje. Ik zou wel willen, maar ik heb zo ver gelopen op mijn kleine pootjes en nu ben ik te moe om nog zo ver terug te gaan. En ik heb wel vleugeltjes, maar ik weet nog niet hoe ze werken en ik heb ook nog geen vliegles gehad? Joh, zei lammetje. Je bent een kuikentje en die kunnen helemaal niet vliegen. O nee, zei kuiken. Hoe weet jij dat dan? Jij bent zeker jaloers omdat jij geen vleugels hebt. Nee, antwoordde lammetjes. Ik woon op de boerderij en daar zijn heel veel kippen. Die kunnen wel fladderen tot in de bomen, maar ze kunnen niet vliegen zoals vogels dat kunnen. Dat heeft een moederkloek me pas eens verteld. Haasje keek vol ontzag naar lammetje. Wat wist die toch al veel. Hij had altijd gedacht dat alle dieren met vleugels konden vliegen… Zijn ouders hadden hem altijd gewaarschuwd voor alles wat vleugels had… De arend, de uil, de valk en de buizerd. Die vlogen rond en als ze je zagen, dan lieten ze zich zo op je vallen, namen je mee de lucht in en dan… Hij durfde nooit echt te vragen wat er dan zou gebeuren, want als zijn ouders hun zin niet afmaakten, dan betekende dat meestal niet veel goeds… Maar kippen konden niet vliegen en dus hoefde hij voor hen niet bang te zijn. Laten we kuiken dan maar bij zijn moeder terugbrengen, zei haasje. Hij tilde piepkuiken op met zijn pootjes en zette hem op de rug van lammetje. Nu niet meer springen hoor lammetje, riep hij. Voorzichtig lopen, anders valt piepkuiken op de grond. Samen liepen ze voorzichtig naar de moederkloek, terwijl Piepkuiken vrolijk rondkeek. Tok, kakelde ze opgewonden. Tok, waar hebben jullie piepkuiken gevonden? Tok, ik was hem kwijt. Haasje en lammetje vertelden hoe ze piepkuiken gevonden hadden en eerst dachten dat hij een bloem was of zo. Dat ze hem bijna hadden opgegeten, maar dat ze gelukkig bijtijds in de gaten hadden gekregen dat het een kuikentje was dat bij zijn moeder was weggelopen. Tok, kakelde de hen. Wat ben ik blij dat jullie hem hebben teruggebracht. Wacht, ik zal jullie iets geven. Ze kakelde drie keer heel hard en… Daar lag een heel mooi gouden eitje op de grond. Wees hier heel voorzichtig mee, want het is geen gewoon ei. Het is een wensei, een toverei. Als je een wens doet, dan wordt hij vervuld. Maar, wees voorzichtig, want als je drie wensen hebt gedaan, dan is de toverkracht verdwenen. En… let wel goed op, want als je niet duidelijk zegt wat je wilt, dan kan de wens soms anders uitkomen dan je bedoelt. Lammetje en haasje namen het eitje in ontvangst en namen afscheid van piepkuiken en zijn moeder. Samen liepen ze verder in de lentezon. Wat zullen we wensen? vroeg lammetje? Ik weet wel wat, zei haasje. Ik wil graag bijzonder worden. Maar… hij zei niet wat daar precies mee bedoelde en dus… hij begon te groeien en te groeien en te groeien… Haasje werd zo groot als een reus… Hij keek rond. Alles zag er anders uit. Geen grassprietjes zag hij, maar hij keek uit over de velden en de bossen. Hij zag dorpjes en steden waarin auto’s rondreden, mensen rondliepen en kinderen buiten speelden. Het was fantastisch en hij voelde zich ook heel groot en heel erg sterk. Heel diep beneden hem hoorde hij een zacht geluidje. Hij keek omlaag en naast zijn voeten stond lammetje. Je bent zo groot geworden. blaatte ze zielig. Ik wou dat je weer kleiner was. Dat was de tweede wens, maar ze had niet precies gezegd hoe klein en dus… De reusachtige haas begon te krimpen en te krimpen en te krimpen en toen… Toen bleef haasje over, alleen heel anders dan hij eerst was. Lammetje keek zijn ogen uit. Haasje was geen gewoon haasje meer, neen, hij was een bijzondere haas geworden. Groot en sterk, met glanzende ogen, lange snor, lange oren, glanzende nagels en een prachtig staartje. En hij was sterk en slim geworden. Ik moet weer terug naar het hazenleger, zei haasje. Mijn pa en moe zullen wel terug zijn en mijn broertjes en zusjes ook en ze zullen me wel gemist hebben. Maar we hebben nog een wens, zei lammetje. Wat doen we daar dan mee? Die bewaren we nog even, antwoordde haasje. Het is de laatste van de drie wensen en we moeten er zuinig op zijn. Toen ze bij het hazenleger terugkwamen zagen ze dat de hele familie haas bij elkaar zat. Ze liepen dichterbij, maar niemand van de familie zei iets tegen haasje. Dat was vreemd…! Waarom zeiden ze niets? Toen ze nog dichterbij kwamen zagen ze dat iedereen zal te huilen. He, riep haasje. Waarom huilen jullie? Ons haasje is verdwenen, snikte zijn moeder verdrietig. We waren hem vergeten toen we vanmorgen weggingen en nu is hij weg… Hij is vast opgegeten. Maar zien jullie me dan niet|? Jawel…, maar we kennen jou helemaal niet. Wie ben je dan? vroeg pa haas. Ik ben jullie haasje. Jullie waren mij vergeten. Dat kan niet, jou zouden we nooit vergeten, riepen ze in koor. Jij bent heel bijzonder. Haasje was helemaal niet bijzonder, maar wel heel erg lief en we missen hem zo… Nou, hou dan maar op met huilen, want ik ben wel jullie haasje. En toen vertelde hij het hele verhaal. Van lammetje en piepkuiken en het wensei. O, riepen zijn broertjes en zusjes door elkaar. Wij willen ook eieren. Niet doen, riep haasje verschrikt, Je moet precies zeggen wat je precies wilt. Maar het was al te laat… Het ei werd groter en groter en groter en… toen barstte het open er kwamen allemaal hele bijzondere eieren uit. Gewone witte, maar ook rode en groene en gele. Eieren met stippels en strepen en blokjes. En die eieren werden ook weer steeds groter en barstten open en daar kwamen ook weer eieren uit. In een ogenblik lag het weiland bezaaid met gekleurde eieren en dat ging maar door, de hele dag door. En pas ’s avonds, toen de zon onder ging, hield het op. ’s Avonds bekeek de hele familie haas de hele voorraad eieren. Wat zijn het er veel, verzuchtte ma haas. Het zijn er veel te veel om op te eten. Ja, zei pa haas. En als de vossen ze vinden, dan vinden ze niet alleen eieren, maar ook een stel haasjes en vossen eten nog liever haasjes dan eieren. We zijn in groot gevaar. Wat moeten we doen. Plotseling kreeg haasje die door de toverkracht heel slim geworden was, een geweldig idee. Weet je wat… we verstoppen de eieren overal, we gaan het hele land door. Dan vinden de vossen ons nooit. Dat was een geweldig idee vonden ze allemaal en zo gebeurde het. Alle haasjes namen allemaal een mandje met eieren en sprongen het hele land door. Overal verstopten ze de eieren en ’s avonds waren alle eieren uit het weiland verdwenen. De haasjes waren doormoe geworden en kropen nog even dicht tegen pa en ma haas aan voor ze in hun bedjes stapten. Ik ben trots op jullie, zei Pa haas en toen streek hij haasje over zijn bolletje. Je bent nog meer bijzonder dan je broertjes en zusjes. Maar ik ben dol op jullie allemaal. Jullie zijn stuk voor stuk heel bijzondere haasjes. Jullie zijn Pa’s haasjes. Hij kuste hen op hun snuitjes en één voor één vielen de oogjes dicht. Alleen niet bij haasje. Die dacht nog eens over alles na en hij was gelukkig en tevreden. Ze waren geen gewone haasjes, nee ze waren nu allemaal bijzondere haasjes. Ze waren pa’s haasjes en tevreden sliep hij in. De volgende dag vond een kind dat heel vroeg was opgestaan een paar eieren en toen hij goed keek zag hij er nog veel meer. Hij riep zijn broertjes en zusjes en vriendjes en vriendinnetjes er bij en die riepen ook weer anderen kinderen en in hele korte tijd waren in het hele land kinderen eieren aan het zoeken. Het werd een heel eierenfeest. Ze namen ze mee naar huis en daar werden al die mooie eieren op tafel gezet en met de bloemen werd het huis versierd. En … Ja, nu zou het sprookje eigenlijk afgelopen moeten zijn. Maar… dat is het niet. Het jaar daarop - toen het weer voorjaar werd - lag het weiland weer helemaal vol met gekleurde eieren. En weer verstopten alle paashaasjes de eieren en dat doen ze nu nog. Dank zij de paashaasjes is het elk jaar feest en niet alleen voor kinderen. Ook de grote mensen zijn het feest gaan vieren. Ze kopen en geven elkaar ook eieren van suiker of van chocola cadeau. Of verpakt in goud- of zilverpapier en sommige gevuld met een heerlijke zachte vulling. En… omdat het lente was, de bloemen weer bloeiden en lammetje en piepkuiken ook hadden meegedaan, versierden ze hun huis ook met lammetjes en kuikentjes, bloemen en takken. Alleen, wat ik me nog steeds afvraag is… waarom spreekt iedereen toch over het Paasfeest, terwijl het toch eigenlijk het haasfeest is…

Beschrijving

Haasje en Lammetje brengen Piepkuiken terug bij zijn moeder, en ze krijgen in ruil een toverei waarvoor ze drie wensen mogen doen. Haas wordt een mooie sterke haas, en zijn broertjes en zusjes wensen veel meer eieren. Daarvan komen er zoveel dat ze verstopt moeten worden, en dat herhaalt zich ieder jaar. Zo zijn het paasfeest en de paashaas ontstaan.

Bron

Ingezonden in de Nederlandse Volksverhalenbank van het Meertens Instituut

Commentaar

10 juni 2004

Naam Overig in Tekst

Haasje    Haasje   

Lammetje    Lammetje   

Piepkuiken    Piepkuiken   

Pasen    Pasen   

Paashaas    Paashaas   

Paasfeest    Paasfeest   

Haasfeest    Haasfeest   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21