Hoofdtekst
Het uitvinden van de kalender
Te Nederweert leefde eens een brave man, die des zondags gaarne naar de kerk ging. Hij was echter wat kort van geheugen en zo gebeurde het wel eens dat hij op zaterdag meende al aan de zondag toe te zijn. Dan trok hij zijn beste kleren aan en ging naar de kerk, waar hij dan van de koster te horen kreeg dat hij een dag te vroeg was. Nu was dat wel niet zo erg, want hij kon immers de volgende dag gaan. Het lukte hem echter ook, dat het al stilletjes maandag werd en hij dacht: het is pas zondag. Kleedde hij zich dan op zijn zondags en kwam hij dan aan de kerk, dan stond daar niet de koster, maar de pastoor. En deze zeide hem dan, dat het niet zondag, maar al maandag was; hij gaf hem dan ook nog een vermaning erbij en waarschuwde hem, toch rekening te houden met zijn ziel en zaligheid. De man trok zich dat erg aan en hij peinsde er lang over hoe hij dat toch kon verhelpen. Hij dacht na en dacht na en dacht nog lang na. Eindelijk had hij het toch gevonden. Hij kwam op de gedachte om zeven pinnen te maken en er bij zonsopgang telkens een in een turfblok te steken. Wanneer de pinnen allemaal in het turfblok staken, wist hij, dat het Zondag was en trok hij zijn beste kleren weer aan en ging naar de kerk.
De mensen van Nederweert roemen hoog over de uitvinding van hun dorpsgenoot, al geven ze toe, dat het nog lang duurde, eer het turfblok plaats maakte voor papier en de uitvinding van de kalender zodoende van algemeen nut werd. Maar er werd toch ook al ondeugend verteld, dat het met de uitvinder wel eens zo ging: wanneer hij des morgens al een pin in de turfblok had gestoken, wist hij soms vijf minuten later al niet meer, dat hij dat gedaan had. Voor alle zekerheid stak hij er dan nog maar een naast en zo gebeurde het, dat hij af en toe al des vrijdags met zijn beste pak aan voor de kerkdeur stond.
De koster lachte hem dan uit, maar de pastoor meende toch -al was hij wel wat jaloers op die uitvinding - dat, afgezien van alle nadelen aan die nieuwigheid verbonden, de brave boer nu toch niet meer te laat kwam.
Te Nederweert leefde eens een brave man, die des zondags gaarne naar de kerk ging. Hij was echter wat kort van geheugen en zo gebeurde het wel eens dat hij op zaterdag meende al aan de zondag toe te zijn. Dan trok hij zijn beste kleren aan en ging naar de kerk, waar hij dan van de koster te horen kreeg dat hij een dag te vroeg was. Nu was dat wel niet zo erg, want hij kon immers de volgende dag gaan. Het lukte hem echter ook, dat het al stilletjes maandag werd en hij dacht: het is pas zondag. Kleedde hij zich dan op zijn zondags en kwam hij dan aan de kerk, dan stond daar niet de koster, maar de pastoor. En deze zeide hem dan, dat het niet zondag, maar al maandag was; hij gaf hem dan ook nog een vermaning erbij en waarschuwde hem, toch rekening te houden met zijn ziel en zaligheid. De man trok zich dat erg aan en hij peinsde er lang over hoe hij dat toch kon verhelpen. Hij dacht na en dacht na en dacht nog lang na. Eindelijk had hij het toch gevonden. Hij kwam op de gedachte om zeven pinnen te maken en er bij zonsopgang telkens een in een turfblok te steken. Wanneer de pinnen allemaal in het turfblok staken, wist hij, dat het Zondag was en trok hij zijn beste kleren weer aan en ging naar de kerk.
De mensen van Nederweert roemen hoog over de uitvinding van hun dorpsgenoot, al geven ze toe, dat het nog lang duurde, eer het turfblok plaats maakte voor papier en de uitvinding van de kalender zodoende van algemeen nut werd. Maar er werd toch ook al ondeugend verteld, dat het met de uitvinder wel eens zo ging: wanneer hij des morgens al een pin in de turfblok had gestoken, wist hij soms vijf minuten later al niet meer, dat hij dat gedaan had. Voor alle zekerheid stak hij er dan nog maar een naast en zo gebeurde het, dat hij af en toe al des vrijdags met zijn beste pak aan voor de kerkdeur stond.
De koster lachte hem dan uit, maar de pastoor meende toch -al was hij wel wat jaloers op die uitvinding - dat, afgezien van alle nadelen aan die nieuwigheid verbonden, de brave boer nu toch niet meer te laat kwam.
Beschrijving
Vroeger was er een boer in Nederweert die slecht kon onthouden. Dat had tot gevolg dat hij regelmatig op zaterdag of maandag naar de kerk ging, in plaats van op zondag. Toen vond hij een primitief soort kalender uit met een turfblok waarin zeven pinnen gestoken konden worden. Zodoende wist hij wanneer het zondag was. Later is zo de kalender uitgevonden. Men beweert echter wel dat de man zo kort van memorie was, dat hij wel eens twee pinnen op een dag in het blok stak, zodat hij alsnog te vroeg naar de kerk kwam.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Herdruk: ca. 1970
Herdruk: ca. 1970
Commentaar
1925 (Herdruk ca. 1970)
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Varia'.
Naam Locatie in Tekst
Nederweert   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
