Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OVER0850

Een mop (boek), derde kwart 17e eeuw

Hoofdtekst

Een vrouw, de priester (die een groote stem hadt) op de stoel geweldig hoorende baeren en tieren, begon seer te huylen. De priester, meenende dat hij soo beweegelijck gepreeckt hadt, vraegde haer na de predicatie waerom sij gehuylt hadt. 'Och domine', seyde sij, 'ick hebbe een esel gehadt die gestorven is, die hadde eveleens soo een stem als ghij en doen ick u soo hoorde baeren, begost ick om mijn esel te dencken.'

Onderwerp

AT 1834 - The Clergyman with the Fine Voice    AT 1834 - The Clergyman with the Fine Voice   

ATU 1834 - The Clergyman with the Fine Voice.    ATU 1834 - The Clergyman with the Fine Voice.   

Beschrijving

Een vrouw hoort een priester, die een forse stem heeft, op de preekstoel met een enorm geluid praten. De vrouw begint te huilen en na de dienst vraagt de priester, die meent dat haar tranen zijn ingegeven door zijn goede preek, waarom de vrouw toch huilen moest. De vrouw antwoordt dat zij een ezel heeft gehad die helaas gestorven is, maar die op dezelfde manier geluid kon maken als de spreker. Toen zij hem vanochtend hoorde preken, moest zij weer aan haar ezel denken.

Bron

Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.

Commentaar

Derde kwart zeventiende eeuw
The clergyman with the fine voice

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20