Hoofdtekst
'Berg je, berg je', riep Leendert, die een flesje met wijn onder sijn arm droeg. Neel liep uytte weeg en sey: 'Wat heb je daer onder uw mantel?' R. 'Een pongiaerdt.' R. 'Langt se dan eens hier.' Sij kreeg soo ras de voght niet in de neus of sij veegden het gladt uyt, seggende: 'Sie daer, nu sult ghij er niemant mee quetsen, ick heb het lemmer daeruyt, de schee is u geschoncken.'
Beschrijving
Leendert heeft een flesje wijn onder zijn arm en waarschuwt de mensen. Neel wil weten wat Leendert daar heeft en vraagt wat hij onder zijn mantel heeft. Hij antwoordt dat het een ponjaard (een korte degen, hier dubbelzinnig) is. Neel wil dat hij hem aan haar geeft en als zij zijn vocht (sperma) wegveegt zegt ze dat hij daar niemand meer mee zal kwetsen: het lemmet heeft ze nu weggenomen en de schede is overgebleven.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Leendert   
Neel   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
