Hoofdtekst
De heer Van Sommelsdijck wierdt door sijn instrument geschooten. Terwijl hij genesen wierdt, quam een andere vrouw sijn vrouw waerschouwen, seggende: 'Mevrou, siet wel toe, want de barbier die mijnheer geneest is geen goet meester. Hij soude mijn mans vinger laetst genesen en hij genas die stijf.' 'Die barbier is goedt, want soo wouw ick het hebben', antwoorde mevrouw.
Beschrijving
De heer Van Sommelsdijck is gewond aan zijn penis. Tijdens het genezingsproces verschijnt er een vrouw die de vrouw van de gewonde waarschuwt. Volgens deze vrouw is de barbier die nu de behandeling van Van Sommelsdijck voert, geen man die zijn vak verstaat. Haar man was onlangs gewond aan haar vinger en door zijn bemoeienis is de vinger stijf genezen. Daarop antwoordt mevrouw Van Sommelsdijck dat dit wel degelijk een goede barbier is: dat is precies hoe ze het hebben wil.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Van Sommelsdijck   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
