Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OVER1004

Een mop (boek), derde kwart 17e eeuw

Hoofdtekst

Een Antwerpenaer een haering gekogt hebbende, riep Robbert. R. 'Wat belieft ou, Mompierre.' R. 'Seg tegens ou moeyer dat se 't hooft siet en den steert broot en de rest stooft met een suer sausken.' R. 'Wel Mompierre, sullen we dan gasterey hauden?' R. 'Wel lanker, sijt de niet gewent dat men eenen goeyen tofel hauden.'

Beschrijving

Een Antwerpenaar heeft een haring gekocht en roept Robbert. De jongen vraagt wat er van zijn dienst is. De Antwerpenaar: 'Zeg tegen uw moeder dat ze het kop kookt, de staart braadt en de rest stooft met een zure saus.' Robbert: 'Wel meneer, gaan we een uitgebreide maaltijd houden?' Het serieuze antwoord van de man: 'Wel knul (zie opmerkingen), ben je niet gewend dat men een goede maaltijd verzorgt?'

Bron

Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.

Commentaar

Derde kwart zeventiende eeuw
Het woord 'lanker' is blijkens de tekst een aanspreekvorm voor de jongeman. De betekenis van het woord is echter onduidelijk.

Naam Overig in Tekst

Antwerpenaar    Antwerpenaar   

Robbert    Robbert   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20