Hoofdtekst
Exempel. Het was een ioncfrouwe die plach des heylighen daghes gheerne te dansen. Doe quam si eens moede vanden danse thuus, ende ghinc ligghen op een bedde slapen. Doe wert si ghevoert voerden rechter, ende wert beclaghet dat si des heylighen daghes plach te dansen. Doe sprac die rechter: ,Schoert haer den hals op, op dat si wel singhen mach". Doe namen si enen brant vanden vuer, ende staken haer inden hals. Doe begonste si also lude te roepen, dat alle die gheen die inden huze waren tot haer liepen, ende vraechden haer wat dat haer waer. ,,O we", sprac si, ic bin altemael verbornt ende hoe haer was, ende al haer lijf was oft verbernt waer, ende haer vleysch vie1 haer in stucken of ende stanc also vule dattet nyement en mochte liden. Also wert si ghebrocht in een gasthuys. Doe gheloefde si onzen lieven here dat si nimmermeer en woude dansen. Doe wert si weder ghesont.
Beschrijving
Een jonkvrouw is op een heilige dag uit dansen geweest. Ze komt vermoeid thuis en valt in slaap. Ze droomt dat ze voor de rechter wordt gebracht die haar bestraft, omdat ze op een heilige dag uit dansen is geweest. Voor straf wordt ze in de hals gebrandmerkt. De andere inwoners komen op haar geschreeuw af en vragen wat er aan de hand is. Ze vertelt dat haar hele lichaam verbrand is. Hele stukken huid laten los en de stank is zo groot dat de anderen het niet kunnen verdragen en haar naar een gasthuis brengen. Ze belooft dan de Heer dat ze nooit weer wil dansen, waarop ze geneest.
Bron
De Vooys, C.G.N., Middelnederlandse stichtelijke exempelen, Zwolle 1953, pagina 21
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20